Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Arnhem, monument aan de Waterbergseweg

Het monument aan de Waterbergseweg in Arnhem is opgericht ter nagedachtenis aan de negentien mensen die hier tijdens de April-Meistaking door de bezetter op 3, 4 en 5 mei 1943 zijn gefusilleerd op de Waterberg. Het betreft zeven medewerkers van N.V. Verenigde Nederlandsche Rubberfabrieken Hevea te Heveadorp, drie medewerkers van N.V. Motorenfabriek Thomassen te Rheden, vier medewerkers van Vulcanus en IJzergieterij Industrie te Vaassen en vijf medewerkers van Meubelfabriek WEBE te Beneden-Leeuwen. De namen van de negentien slachtoffers luiden: P. Dijkstra, H. Eilander, L.W. Hendriks, C.J. van Emmerloot, G. van Kampen, J. Kleefsman, C.W. Knipscheer, H.J. Kroeze, J.M. Quaedvlieg, H.C. Munter, B. Pessink, G. Peters, H. Proper, J. Tjalkens, J.A. Versteeg, J.A. Walraven, W.G.T. Weimar, H.J. van Werven en A.W. Wijmans. Ir. Munter,   de bedrijfsleider van N.V. Verenigde Nederlandsche Rubberfabrieken Hevea gaf tijdens de staking opdracht de stoomkraan van de rubberproductie dicht te draaien. De productie van rubber gasmaskers voor Duitsland werd daarmee stilgelegd. Om die reden werd hij samen met zes collega's opgepakt en gefusilleerd. Deze werknemers zijn: Pouwel Dijkstra, 54 jaar, geboren te Terneuzen, bankwerker. Jan Kleefsman, 27 jaar, geboren te Sappermeer, bankwerker. Cornelis Willem Knipscheer, 28 jaar, geboren te Wageningen, kantoorbediende. Jacques Mathieu Joseph Quaedvlieg, 25 jaar, geboren te Linne, kantoorbediende. Henry Charles Munter, 42 jaar, geboren In Nederlands- Indië, bedrijfsleider. Gerrit Peters,44 jaar, geboren te Heteren, fabrieksarbeider. Willem George Frederik Weimar, 31 jaar, geboren te Arnhem, boekhouder. In het weekend van 30 april 1943 werden drie leden van het stakingscomité van het bed gelicht en afgevoerd naar Vucht. Op maandag 3 mei werden bij het betreden van het fabrieksterrein van N.V. Motorenfabriek Thomassen drie leden van het stakingscomité gearresteerd op aanwijzing van een NSB-“collega” en afgevoerd naar het Kraton op de Utrechtseweg 55. In dit pand was een telefooncentrale van de PGEM gevestigd tot deze in de oorlogsjaren gevorderd werd door de Duitsers en in gebruik werd genomen als Aussenstelle Arnheim van de Sicherheitsdienst/Sicherheitspolizei. In het gebouw was ook de centrale van een eigen telefoonnetwerk van de PGEM. Doordat de Duitsers hiervan niet op de hoogte waren, kon het jarenlang door het verzet gebruikt worden om berichten door te geven. De leider van dit telefoonnetwerk, Ir. Alex Hartman, zat bij de Arnhemse afdeling van de LKP. De Duitsers werd op de mouw gespeld dat de telefoonautomaat voor dit telefoonnetwerk van groot belang was voor de elektriciteitsvoorziening. Om deze reden mochten telefoontechnici nog in Kraton komen. Zo kon het verzet haar berichten doorgeven. In de kelders van het gebouw waren cellen ingericht waar opgepakte burgers werden ondervraagd. De volgende medewerkers van Thomassen zijn opgepakt en op 4 mei op de waterberg gefusilleerd: Bartus Pessink, 38 jaar, geboren te Deventer, machine bankwerker. Jan Tjalkens, 41 jaar, geboren te Arnhem, controleur. Jochem Adam Versteeg, 36 jaar, geboren te Arnhem, slijper. Hendrik Jan Kroeze, 42 jaar, geboren te Heerde, bakker bij Van Arks Beschuitfabriek werd in de nacht van 1 op 2 mei opgepakt. Op 3 mei werd hij verplaatst naar een villa naast de IJzergieterij. Op 4 mei werd hij met enkele medewerkers van deze fabriek gefussileerd. Het is onbekend wie de staking bij Vulcanus en de Industrie Vaassen heeft georganiseerd. Op 3 mei werden van beide fabrieken tien arbeiders afgevoerd. Zij zijn later vrijgelaten. Vier verdachten werden ter dood veroordeeld. Eén van hen, Willem van Norel, wist te Wenum te ontsnappen uit de wagen die de gevangenen naar de Waterberg bracht. De anderen werden op die dag, 4 mei 1943, gefusilleerd. Deze werknemers waren: Hendrik Eilander, 27 jaar, geboren te Heerde, fabrieksarbeider. Hendrik Proper, 39 jaar, geboren te Vaassen, fabrieksarbeider. Herman Jan van Werven, 33 jaar, geboren te Vaassen, fabrieksarbeider. Negen werknemers van Meubelfabriek WEBE zijn tijdens de stakingen op 3 mei opgepakt. Zij werden twee dagen vastgehouden tot het doodsvonnis werd uitgesproken. Jan Walraven heeft na deze uitspraak gesteld dat hij de opdrachtgever was en de verantwoordelijkheid droeg voor de staking. Van vier mensen werd het doodvonnis gehandhaafd en Jan Walraven werd aan deze groep toegevoegd. Cornelus Johannes van Emmerloot, 44 jaar, geboren te Wamel, ijzerwerker. Lambertus Wilhelmus Hendriks, 32 jaar, geboren te Wamel, meubelmaker. Gerardus Marinus  van Kampen, 24 jaar, geboren te Wamel, meubelmaker. Johannes Antonius Walraven, 31 jaar, geboren te Wamel, meubel fabrikant. Antonius Wilhelmus Wijmans. 31 jaar, geboren te Megen, meubelmaker. De April-Meistaking In 1943 werd door 'Wehrmachtsbefehlshaber' generaal F. Christiansen aangekondigd dat 300.000 Nederlandse militairen alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden afgevoerd. Dit nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door Nederland, nog voordat de officiële bekendmaking in de avondbladen van donderdag 29 april 1943 verscheen.  Drukkerij Smit aan de Telgen in Hengelo had diezelfde middag het nieuws namelijk al op de ruiten van de drukkerij geplakt, zodat iedere voorbijganger het onheilspellende bericht kon lezen. Als protest tegen deze maatregel brak spontaan overal in Nederland de April-Meistaking uit. Telefonistes in Hengelo gaven het bericht door aan collega's in andere plaatsen: 'Hengelo staakt - staakt u ook?'. De bezetter reageerde furieus. Met goedkeuring van rijkscommissaris dr. Arthur Seyss-Inquart werd het 'Polizei-Standgericht' ingevoerd. De bedrijfsfunctionarissen kregen het bevel om maandag 3 mei 1943 het werk te hervatten. Mensen die geen gehoor gaven aan deze oproep, konden op zware straffen rekenen. Het gevolg was dat de meeste arbeiders weer aan de slag gingen. Slechts enkelen besloten onder te duiken. Oprichting In 1945 is de plaats van de executies achterhaald. Een man die op 4 mei 1943 hout aan het sprokkelen was in de bossen had de vrachtwagen met Duitse militairen en Nederlanders voorbij zien rijden en schoten gehoord en wist de plek aan te wijzen. De mannen zijn opgegraven en na identificatie in Amersfoort naar begraafplaatsen in Arnhem, Driel, Oosterbeek, Rheden, Vaassen, Heveadorp en Beneden-Leeuwen overgebracht. Het gezamenlijk graf in de bossen werd gemarkeerd door ’n bergje stenen. Verderop is aan de Waterbergseweg het monument verrezen. Het monument is betaald door de arbeiders van de fabrieken en de directies van de bedrijven en de gemeente Arnhem. Onthulling Het monument is onthuld in 1950.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media