Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Heerewaarden, 'Hadwin & Stopher Memorial'

Het 'Hadwin & Stopher Memorial' in Heerewaarden (gemeente Maasdriel) herinnert de inwoners van de gemeenten Maasdriel en West Maas en Waal aan de hinderlaag bij Fort Sint-Andries, waardoor vier Engelse soldaten om het leven zijn gekomen. De namen van de slachtoffers luiden: John Raymond Hadwin, Rowland Merrit, Reginald Stopher en John William Walker. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog bouwden de Spanjaarden in 1600 Fort Sint-Andries om zich te beschermen tegen de Hollanders. Van hieruit hadden zij een perfect uitzicht over het rivierengebied. In 1812 werd dit fort vervangen door een nieuw fort (Nieuw Fort Sint-Andries), dat een paar honderd meter westelijk werd gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog werd in het fort een kleine afdeling van de Duitse luchtmacht gestationeerd. Later in de oorlog bezetten troepen van de 712e Duitse Infanterie Divisie het fort. In april 1945 werd het fort door de bezetter opgeblazen, nadat de Engelse Royal Marines vanuit Kerkdriel en het Belgische 2e Bataljon Fusiliers vanuit Heerewaarden een aanval op het fort hadden ingezet. In oktober 1944 kwam het 43rd Reconnaissance Regiment (Wessex Divisie) uit Engeland naar Maas en Waal om het gebied te beschermen tegen de bezetter. Vanuit Dreumel voerden zij verkenningspatrouilles uit naar o.a. Heerewaarden. Op 24 oktober 1944 kreeg een patrouille opdracht om de omgeving van steenfabriek De Hoogenwaard in Heerewaarden te verkennen. Hier ontmoetten ze een visser uit Rossum. Hij kreeg opdracht het schip dwars in de haven te varen, waarna het door middel van mitrailleurvuur tot zinken werd gebracht. Hierdoor werd de ingang van de haven afgesloten. In de ochtend van 26 oktober kwam de visser bij het hoofdkwartier (café 't Zwaantje in Dreumel) en vertelde dat Fort Sint-Andries door de bezetter verlaten was. De majoor gaf de manschappen van 4 Troop opdracht de omgeving te verkennen en het fort in te nemen. De patrouille stond onder leiding van sergeant "Buck" Oddy en bestond uit ongeveer 15 man, waaronder een Nederlandse tolk. Te voet ging men vanuit Dreumel op weg. Op enkele honderden meters van het fort hield de patrouille halt. De sergeant splitste de groep in drieën. Twee mannen kregen opdracht met hun mitrailleur positie in te nemen op de dijk bij de ingang van de voormalige sluis. Een andere groep kreeg opdracht eerst het terrein bij het sluizencomplex te verkennen, om daarna via een omtrekkende beweging het fort in te gaan. De rest van de patrouille diende de sergeant te volgen, die het fort via de hoofdingang binnen wilde gaan. Maar op het moment dat de groep aanstalten maakte om het fort binnen te gaan, werd er op hen geschoten door een Spandau-mitrailleur. De patrouille was bewust in een hinderlaag gelokt. Van de 15 man sterke patrouille slaagden er slechts twee in om te ontsnappen. De soldaten Raymond Hadwin en Reginald Stopher (beiden 19 jaar) werden tijdens de hinderlaag onmiddellijk doodgeschoten en binnen op het fortterrein begraven. Nadat het fort was opgeblazen, werden hun veldgraven bedekt met puin. Er zijn verschillende pogingen gedaan om de graven te vinden, maar zonder succes. Het monument is vernoemd naar deze twee soldaten. Hun namen staan ook op de 'Wall of Honour' op het oorlogskerkhof in Groesbeek. Trooper John W. Walker (22 jaar) raakte zwaargewond en werd vervoerd naar Waardenburg, waar hij de volgende dag overleed. Na de oorlog werd hij herbegraven op het oorlogskerkhof in Bergen op Zoom. Trooper Rowland Merritt (29 jaar) werd zwaar gewond naar het Sint-Antoniusziekenhuis in Utrecht vervoerd, waar hij aan zijn verwondingen overleed op 29 oktober 1944. Hij werd begraven op de Algemene begraafplaats 'Soestbergen' in Utrecht. De rest van de soldaten werd krijgsgevangen genomen. Tot de gevangenen behoorden aanvankelijk ook de visser uit Rossum. Maar al snel kregen de Engelse soldaten in de gaten dat de visser op goede voet stond met de Duitse soldaten. Nadat ze verhoord waren in Rossum, werden de soldaten naar het concentratiekamp in Amersfoort vervoerd. De resterende soldaten werden per trein naar het krijgsgevangenenkamp Stalag XIB in Fallingbostel (Duitsland) vervoerd, waar ze de rest van de oorlog verbleven. Onthulling Het monument is onthuld op 26 oktober 1999 door de toenmalige groep 8 van basisschool 'De Oversteek'. Alle kinderen droegen een 'poppy' (de klaproos: het symbool voor het herdenken van oorlogsslachtoffers in Engeland en Amerika).
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media