Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Hooghalen, verzetsgraf

Het verzetsgraf in Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe) is opgericht ter nagedachtenis aan de tien verzetsstrijders die op 20 september 1943 door de bezetter op het Witterveld bij Assen zijn gefusilleerd. Zij werden daarna in het crematorium van Kamp Westerbork gecremeerd en twintig meter achter het gebouw begraven. Begin 1949 zijn de urnen met hun stoffelijke resten teruggevonden. De namen van de tien slachtoffers luiden: Jans Diemer, Andries Diepenbrug, Wessel Jan Knot, Pieter Van Laarhoven, Rendert De Poel, Geert Por, Anne Rutgers, Jan Toet, Roelof Tuin en Johannes Vis. Bij het crematorium werden nog meer stoffelijke resten gevonden. Het ging om in totaal 52 mannen, die in 1944 - meestal in het geheim - waren geëxecuteerd. Vier van hen waren joodse kampgevangenen die hadden geprobeerd te ontsnappen, de anderen waren verzetsmensen. Hun stoffelijke resten zijn na de oorlog herbegraven in Groningen, Beilen en Loenen. Het crematorium was in opdracht van kampcommandant Gemmeker in 1943 in gebruik genomen. Hij vond het begraven van overledenen veel te omslachtig. Van het feit dat cremeren tegen de joodse religie in gaat, trok hij zich niets aan. Naarmate de Tweede Wereldoorlog langer duurde, werd de strijd tussen de bezetter en het verzet steeds feller. Naar aanleiding van de April-Meistaking in 1943 stelde de bezetter, met goedkeuring van dr. Seyss-Inquart, het 'Polizei-standgericht' in. Op 20 september 1943 werd de eerste zitting in Assen gehouden. Het officiële communiqué luidde 'dat het 'Polizei-standgericht' zijn eerste zitting had gehouden tegen een groep terroristen die maandenlang de noordelijke provincies onveilig hadden gemaakt en door terreuraanslagen de Nederlandse bevolking grote schade hadden toegebracht'. In deze zitting werden tien verzetslieden ter dood veroordeeld. Het waren de 30-jarige handelaar Johannes Vis uit Stadskanaal, de 32-jarige reiziger Anne Burgers uit Stadskanaal, de 25-jarige boekhouder Jan Toet uit Staphorst, de 25-jarige ziekenoppasser Gert Por uit Zuidlaren, de 24-jarige machinist P. van Laarhoven uit Hasselt, de 28-jarige gemeenteambtenaar Wessel Knot uit Exloo, de 35-jarige directeur van het bijkantoor van het Gewestelijk Arbeidsbureau Rendert de Poel uit Borger, de 21-jarige RHBS'er Jans Diemer uit Borger, de 37-jarige landbouwer Roelof Tuin uit Valthermond en de 41-jarige gemeentesecretaris Andries Diepenbrug uit Odoorn. Zij waren betrokken bij tal van verzetsdaden. Hun verzetsgroep werd opgerold door een speciaal commando dat door de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en van de Sicherheitsdienst naar de noordelijke provincies werd gedetacheerd, in samenwerking met de beruchte SD'ers H. de Kruyff en Andries Sluiter. Op 20 september 1943 werden door een aantal Duitse militairen in het Witterveld, vlak bij de kogelvanger bij schietbaan 4, vijf palen in de grond geplaatst. Hier werden de tien verzetsmensen in de avondschemering geëxecuteerd. Nog diezelfde nacht werden de ontzielde lichamen naar het doorgangskamp Westerbork gebracht. Na een mislukte poging de verbrandingsinstallatie in werking te stellen, werd de Duitse jood Werner Stertzenburch samen met een collega gewekt en naar het crematorium ontboden. Kampcommandant Gemmeker beval hen zo snel mogelijk de tien lijken te verbranden. Hen werd gezegd dat als zij hier met iemand over zouden praten, zij de kogel zouden krijgen. Inmiddels werden nog vier joden opgehaald, die een graf moesten delven in het bosje achter het crematorium. De volgende morgen, om 8.30 uur, werd de as van de gefusilleerden hier begraven. De vier joden die het graf hadden gedolven, werden vervolgens naar een gereedstaande trein gebracht, waarmee duizend joden naar Polen vertrokken, en zij zijn nimmer teruggekomen. Enkele dagen later wist Werner Stertzenburch te vluchten. Hij dook onder tot de bevrijding en schreef eind 1943 een rapport dat met de volgende woorden eindigde: 'In de krant kon ik lezen dat de militaire rechtbank te Assen tien Nederlanders ter dood veroordeeld heeft, omdat zij in de provincie Drenthe overvallen op distributiekantoren e.d. gepleegd hadden. Tien Nederlanders zijn door het executiepeloton ter dood gebracht, omdat zij hun vaderlandse plicht vervuld hebben, omdat zij weerstand geboden hebben aan de onderdrukkers, omdat zij hun overtuiging in de daad hebben omgezet. Zij behoren tot de helden die in de strijd tegen de Duitse bezetter gesneuveld zijn. Nog is hun graf ergens in een bosje op de Drentse hei onbekend, maar de tijd nadert dat er een monument zal worden gebouwd dat aan iedereen verkondigt, wier as hier begraven is en waarvoor zij hun leven hebben gegeven. Dit monument zal zijn plaats krijgen in de nabijheid van het oord, waar meer dan honderdduizend Joden voor de weg naar de hel hebben moeten aantreden, in het lager Westerbork op de Drentse hei.' Na de bevrijding is dit rapport aan de bevoegde instanties overhandigd. Eind 1948 werd aan de hand van een onduidelijke situatietekening tevergeefs getracht het graf van de gefusilleerde verzetsstrijders te vinden. Begin januari 1949 getuigde Stertzenburch voor het Bijzondere Gerechtshof te Assen tegen de voormalige kampcommandant Gemmeker. Met Stertzenburch ging men naar het kamp Westerbork, waar hij de locatie van het graf vrij exact heeft aangewezen. Na overleg met de nabestaanden werd besloten de as van de verzetsmannen op dezelfde plaats te herbegraven. Oprichting De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van de Stichting 40-45. Op verzoek van de nabestaanden werd gekozen voor een plek achter het crematorium. Onthulling Het monument is onthuld op 3 mei 1949 door familieleden van de gefusilleerde verzetsmensen. Naar aanleiding van de plaatsing van het verzetsmonument stelde de Stichting 40-45 voor om het crematorium te laten staan. En wel omdat het '... een symbool [is] van machtswellust van het nationaal-socialisme en het lijden en de dood van Israëlieten en Verzetsstrijders. Het Crematorium is een historisch moment en een authentiek stuk oorlogsdocumentatie.' Maar er was destijds onvoldoende steun voor dit idee: in 1951 is het gebouw gesloopt.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media