Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Openbare Bibliotheken te Utrecht

Stichting Utrechtse Openbare Bibliotheken, S.U.O.B Verdere ontwikkeling van het plaatselijk bibliotheekwerk, dat in Utrecht grote belangstelling genoot, was alleen mogelijk door bundeling van krachten. Daarom besloten O.L.B. en R.K. O.L.B. in 1967 tot een stedelijk plan voor een gemeenschappelijke bibliotheekvoorziening, waarbij zo mogelijk de beide bibliotheekapparaten tot één geïntegreerd apparaat zouden worden samengevoegd. Beide verenigingen vormden een stichting die de plaatselijke bibliotheekvoorziening op zich nam en het personeel van beide stichtingen in dienst hield. In het stichtingsbestuur zaten 7 leden namens de Openbare Leeszaal en 4 leden namens de R.K. Openbare Leeszaal. De werkzaamheden werden verdeeld onder de twee directeuren. In 1975 werd een gezamenlijke huisvesting betrokken in pand Oudegracht 167, bij de Stadhuisbrug. In ditzelfde gebouw konden de jeugdbibliotheken en de muziekbibliotheek worden ondergebracht. Het muziekbestuur, dat voorlopig bleef bestaan om de eigen specifieke zaken te behartigen, had twee afgevaardigden in het stichtingsbestuur. In februari 1982 werd in een raadsvergadering het besluit tot overname door de gemeente van de S.U.O.B en O.M.B genomen. De S.U.O.B. was verantwoordelijk voor de totale bibliotheekvoorziening in de gemeente Utrecht. De S.U.O.B en de O.M.B. deelden niet alleen huisvesting, maar ook personeel, begroting en jaarrekening. Bij de nieuwe organisatievorm kreeg het gemeentebestuur de primaire verantwoordelijkheid voor het bibliotheekwerk, met name t.a.v. de beleidsontwikkeling, planning en financiën. De rechtspositie van het personeel werd gelijk aan die van het gemeentepersoneel. De Stichting Utrechtse Openbare Bibliotheken, de Vereniging Openbare Leeszaal en Bibliotheek en de Vereniging tot Oprichting en Instandhouding van Rooms-Katholieke Openbare Leeszalen en Bibliotheken werden opgeheven. De Stichting Utrechtse Openbare Muziekbibliotheek legde haar werk neer en werd omgevormd tot een Adviescommissie Muziekbibliotheekwerk. Een verordening betreffende een bestuurscommissie voor de gemeentelijke Utrechtse Openbare Bibliotheek regelde de taak, samenstelling en bevoegdheden van deze commissie. Het financieel-economisch beheer werd door een tweede verordening geregeld.
Stichting Utrechtse Openbare Muziekbibliotheek, O.M.B Het stichtingsbestuur werd al in 1958 benoemd, maar wegens gebrek aan financiële middelen voorlopig nog niet geïnstalleerd. In het bestuur namen afgevaardigden uit de O.L.B., de R.K. O.L.B., het Utrechtse Conservatorium, het Instituut voor Muziekwetenschap en enkele landelijke muziekverenigingen zitting. De vorming van de collectie startte met de aankoop van de verzameling bladmuziek en boeken van de in 1952 overleden Utrechtse componist en dirigent Hans Brandts Buys, met subsidie van de gemeente. Deze collectie omvatte o.a. koor- en orkestmateriaal van alle Bach-cantates. Schenkingen van andere particulieren uit het land volgden. De muziekbibliotheek bleek in een groeiende behoefte te voorzien. In 1962 werd in het souterrain van het gebouw van de O.L.B. in de Voetiusstraat de Openbare Muziekbibliotheek geopend. De collectie bladmuziek breidde zich snel uit. In 1968 verhuisde de O.M.B. naar een zelfstandige vestiging Achter de Dom 16-18. De restauratiewerkzaamheden stonden onder leiding van architect Oosting. Gestart werd met de uitleen van grammofoonplaten. Een Yamahavleugel en een geluidsinstallatie werden aangekocht dankzij de steun van Anjer- en Fentener van Vlissingenfonds.
Gebruikte afkortingen GBU: Gemeentelijke Bibliotheek Utrecht GUOB: Gemeentelijke Utrechtse Openbare Bibliotheek OBU: Openbare Bibliotheek Utrecht OLB: Openbare Leeszaal en Bibliotheek RK OLB: Rooms Katholieke Openbare Leeszaal en Bibliotheek SBD: Schoolbibliotheekdienst SUOB: Stichting Utrechtse Openbare Bibliotheken WSF: Wetenschappelijke Steunfunctie
Vereniging tot Oprichting en Instandhouding van Rooms-Katholieke Openbare Leeszalen voor Utrecht en Omstreken, R.K. O.L.B Het Comité tot oprichting van een Vereniging tot Stichting en Instandhouding van een Rooms-Katholieke Openbare Leeszaal streefde naar een eigen gesubsidieerde openbare leeszaal. Er was met name bezwaar tegen een deel van de publicaties die in de O.L.B. ter inzage lagen en werden uitgeleend, zoals boeken over zaken als geboortebeperking en socialisme. In de bestuursvergadering op 11 december 1917 werden de ontwerp-statuten vastgesteld. De vereniging stelde zich ten doel in overeenstemming met de rooms-katholieke beginselen bij te dragen tot de geestelijke ontwikkeling en ontspanning van de inwoners van Utrecht en omstreken. Zij trachtte dit doel te bereiken door het oprichten en instandhouden van een openbare leeszaal en bibliotheek. Hiernaast werden filiaalleeszalen met bibliotheek, filiaalbibliotheken, leesportefeuilles en correspondentschappen ingericht. Het bestuur van de vereniging bestond uit zeven personen. Uit de stemgerechtigde leden werden twee personen aangewezen door het bestuur van de vereniging 'De Katholieke Club', die nauw bij de oprichting betrokken was, en de overige vijf werden vrij gekozen. Het bestuur werd terzijde gestaan door een censor, die werd aangewezen door de aartsbisschop van Utrecht. De censor had recht van veto ten aanzien van alle besluiten die niet in overeenstemming waren met de beginselen van de rooms-katholieke geloofs- en zedenleer. De statuten werden bij K.B. van 30 januari 1918 goedgekeurd. De bestaande parochiebibliotheken werden als succursaalbibliotheken door de vereniging overgenomen. Op de eerste begroting werd voor de aanschaf van nieuwe boeken een post van f 5000,- opgenomen. Bovendien werd aan de Utrechtse katholieke inwoners gevraagd om boeken te schenken of in bruikleen te geven. Voor de diverse werkzaamheden werden vier sub-comités opgericht. In 1918 werd het hele boekenbezit gecatalogiseerd en werden duplicaten van de meest gevraagde romans aangeschaft. De uitleenbibliotheek kon direct in gebruik genomen worden. De twee bibliothecaressen werden bijgestaan door twaalf dames, op zondag door twaalf heren. Net als de O.L.B. streefde de R.K. O.L.B. ernaar dichter bij het volk te komen.
Vereeniging Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Utrecht O.L.B De Vereeniging Openbare Leeszaal en Bibliotheek stelde zich tot doel de volksontwikkeling te bevorderen en de mensen van de straat en uit de kroegen te houden door het kosteloos lezen in een verwarmde ruimte. Daartoe opende zij op 1 januari 1892 een leeszaal in de Loeff Berchmakerstraat in Utrecht. Het bestuur bestond uit negen personen, waarvan twee gekozen werden uit de gewone leden en de overige zeven afgevaardigd werden door Utrechtse afdelingen van verenigingen die bij de oprichting betrokken geweest waren, zoals de Volksbond en de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Het dagelijks bestuur werd gevormd door de voorzitter, de secretaris en de boekbewaarder/bibliothecaris. Deze laatste stelde een catalogus op. De vereniging had aanvankelijk slechts één bezoldigd personeelslid in dienst, de custos die in de leeszaal de orde moest bewaren. De eerste collectie bestond uit dag-, week- en maandbladen, tijdschriften, illustraties, vlugschriften en slechts een beperkt aantal boeken die de leden kosteloos konden inzien. In 1908 werd de eerste bibliothecaresse aangesteld, waarna men in 1909 tot uitlening overging. De eerste inkomsten verkreeg de vereniging uit particuliere schenkingen, uit contributies van leden en van begunstigers. Ook van gemeentewege werd een subsidie verstrekt. In 1912 werd een nieuw gebouw aan de Voetiusstraat geopend. In 1969 gingen de Verenigingen O.L.B. en R.K. O.L.B. op in de Stichting Utrechtse Openbare Bibliotheek.
Beperking van de openbaarheid Op de inventarisnummers 100, 459, 460 rust een openbaarheidsbeperking van 75 jaar. Zij mogen slechts geraadpleegd worden met voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur van Het Utrechts Archief.
Verantwoording van de inventarisatie Bij deze inventarisatie kon gebruik worden gemaakt van een voorlopige inventaris samengesteld door mevr. A.C. Vermeulen van de Gemeentebibiliotheek Utrecht. Voor een interessante beschrijving van de geschiedenis van de Gemeentelijke Bibliotheek Utrecht en haar voorgangers verwijs ik naar de publicatie van Prof.dr. P.D.'t Hart, Een machtig middel tot Volksontwikkeling ter gelegenheid van het eeuwfeest in 1992. Door de compactere berging en verwijdering van dubbelen kon de omvang van het archief van 13 meter naar 8 meter worden teruggebracht. De foto's en knipsels die reeds bij de stukken waren opgenomen, zijn in de betreffende dossiers gebleven. Een kleine categorie voorwerpen die eigenlijk niet in een archief thuishoren, werd vanwege de historische waarde onder de rubriek 'Curiosa' beschreven. In 1998 is door A.C. Vermeulen een plaatsingslijst gemaakt op de verzameling foto's, drukwerken en kranten van de openbare bibliotheken te Utrecht (1892-1994). De foto's van voornoemde verzameling zijn voor het grootste deel beschreven in de collectie van de Topografisch Historische Atlas van Het Utrechts Archief. Enkele foto's die voor voornoemde collectie minder interessant waren, zijn beschreven in onderhavige inventaris onder nrs. 506-a-506-j. De drukwerken en krantenknipsels werden in 2002 geïntegreerd in de archieven van de Utrechtse openbare bibliotheken, met als gevolg dat de nrs. 248-a, 248-b, 286-a, 291-a, 383-a, 414-a, 499-a en 507-528 werden toegevoegd en de nrs. 93, 276 en 324 werden gewijzigd.
Openbare Bibliotheken te Utrecht
Datum
1 januari 1892 - 1 januari 1982
Type
  • Archief
Collectie
  • Archieven Utrecht
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media