Back to top

De tweede Netwerkdag Oorlogsbronnen vond op donderdag 10 november 2011 plaats in de in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. De  90 deelnemers konden kiezen uit drie workshops. In 'Creatief met collecties' presenteerden vier oorlogsmusea hun collecties en lichtten zij hun benadering toe. Centraal stond de vraag: hoe breng je in de eenentwintigste eeuw de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht van een breed publiek?

In de tweede workshop, 'Hoe maak ik mijn collectie OAI-PMH-compliant?', ging automatiserings-deskundige Ivo Zandhuis in op de voordelen van de door het Netwerk Oorlogsbronnen gebruikte technische standaard voor het beschikbaar stellen van gegevens aan derden. In de derde workshop, 'Speeddaten met fondsen', werden erfgoedinstellingen in staat gesteld in korte gesprekken met vertegenwoordigers van fondsen subsidie-mogelijkheden voor het conserveren, digitaliseren en presenteren van cultureel erfgoed te verkennen.

Creatief met collecties

Uit de presentatie door Cristan van Emden, directeur van het Verzetsmuseum Zuid-Holland, kwam goed naar voren dat voor dit museum vooral het belevingsaspect essentieel is, zonder dat overigens de kennisoverdracht naar de achtergrond verdwijnt. Het museum wil op een laagdrempelige manier de schending van de mensenrechten in de Tweede Wereldoorlog én in de huidige tijd onder de aandacht brengen.

Speciaal voor het onderwijs en aansluitend bij de belevingswereld van jongeren is Het Tribunaal ontwikkeld: een interactieve audiovisuele presentatie,  waarin, in de vorm van een rechtszitting, (ethische) dilemma’s aan de orde worden gesteld. Na de introductie van elke zaak zijn er telkens twee jongeren die, gehuld in toga, in de rol van de aanklager en van de verdediger kruipen. Het publiek in het museum (of de schoolklas, want er is ook een 'mobiel Tribunaal' voor op school ontwikkeld) vervult de rol van een jury en kan ‘goed’ of ‘fout’ stemmen. Na de stemming krijgt het publiek de uitslag te zien en de consequenties van zijn keuze te horen, als handvat voor verdere discussie over mensenrechtenkwesties.

Experience  

Jan Hovers van het Airborne Museum Oosterbeek, waar de Slag om Arnhem centraal staat, vertelde hoe het museum zich heeft ontwikkeld van een verzamelplaats van militaria tot de moderne 'Airborne experience' van nu. Anders dan voorheen belicht het museum de slag niet meer alleen vanuit geallieerde kant of uitsluitend met een militaire blik. In de huidige tentoonstelling is veel aandacht voor getuigenissen van burgers en ook het Duitse perspectief komt aan bod. Het museum herbergt nog steeds de grootste collectie militaria van de Slag om Arnhem, maar zonder een aansprekend verhaal erover zijn de objecten volgens Hovers betekenisloos.  

In een apart gedeelte van het museum kunnen bezoekers daarom ervaren hoe het was om gedurende de strijd door de straten van het belegerde Arnhem te lopen. Natuurlijk zonder echte bombardementen of schietsalvo’s, maar met film-, beeld- en geluidsfragmenten en museale objecten, om een zo authentiek mogelijke situatie te reconstrueren.

Inleven  

Voor Jeroen van den Eijnde, directeur van het Nationaal Monument Kamp Vught, staat niet zozeer 'beleven' als wel 'inleven' centraal. Bezoekers van het voormalige SS-concentratiekamp moeten in staat gesteld worden te begrijpen hoe het ongeveer was om destijds tot de daders, slachtoffers of de omstanders te behoren Het  Nationaal Monument, dat op een klein stukje van het vroegere kampterrein staat, wil niet zozeer een morele boodschap verkondigen maar legt meer de nadruk op informeren en kennisoverdracht.

Aan de hand van de overblijfselen van het kamp wordt een algemener verhaal verteld over terreur en onderdrukking tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Daarbij besteedt het herinneringscentrum ook aandacht aan hedendaagse vormen van vooroordelen en discriminatie. De filosofie van het Nationaal Monument Kamp Vught komt duidelijk tot uitdrukking in het motto van de instelling: herdenken=nadenken.

Beleven én kennisoverdracht  

In het Bevrijdingsmuseum Zeeland wordt niet alleen een beeld gegeven van de belangrijkste oorlogsgebeurtenissen in de provincie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Stef Traas benadrukt dat het museum ook aandacht schenkt aan de geschiedenis van Nederlands-Indië. Het Bataljon Zeeland - vooral bestaand uit vrijwilligers - werd na de bevrijding uitgezonden naar de Oost om deel te nemen aan de zogenoemde Politionele Acties, de militaire acties die Nederland ondernam ter onderdrukking van Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

Hoewel scholieren de voornaamste doelgroep zijn, heeft het museum behalve een didactische ook een sociale functie. Elke woensdag vindt er een veteranenmiddag plaats waar Zeeuwse oorlogs- en vredesmissieveteranen elkaar kunnen ontmoeten.

Tijdens de gedachtewisseling na afloop van de presentaties, onder leiding van NIOD-medewerker Erik Somers, kwam onder meer de vraag aan de orde naar de verhouding tussen 'experience' en informatieverschaffing. Staat de nadruk die veel musea leggen op 'beleven' de informatieverschaffing over de collectie niet in de weg? Natuurlijk kan een overdreven accent op het museum als een plek waar iets te beleven valt de kennisoverdracht wel degelijk belemmeren. Maar over het algemeen zagen de deelnemers beide benaderingen niet als een tegenstelling. Beleving, aldus Jan Hovers, staat niet haaks op informatieverschaffing, maar moet juist gezien worden als een middel tot kennisoverdracht. Stef Traas was van mening dat een modern oorlogsmuseum zijn aantrekkelijkheid juist ontleent aan een verantwoorde combinatie van beide benaderingen.

Hoe maak ik mijn collectie OAI-PMH-compliant?

Elke erfgoedinstelling die deel uit maakt van het Netwerk Oorlogsbronnen heeft haar collectie op een eigen manier digitaal ontsloten. Om het mogelijk te makende diverse collecties aan elkaar te koppelen, is het nodig gestandaardiseerde uitwisselprotocollen te gebruiken.

Ivo Zandhuis, IT-consultant en al enige jaren actief binnen de erfgoedsector, maakte in een levendige workshop de vergelijking met een trekhaak, waar verschillende aanhangwagens aan kunnen worden gekoppeld. Het Netwerk Oorlogsbronnen is een zogenaamde thematische aggregator. Vanaf verschillende locaties wordt metadata ‘geharvest’ en centraal doorzoekbaar gemaakt. Het protocol dat hierbij wordt ingezet, is het Open Archive Initiative - Protocol Metadata Harvesting (OAI-PMH). Deze standaard, die ook door de portal Europeana wordt gebruikt, heeft als voordeel dat hij algemeen geaccepteerd is, mede omdat het een eenvoudige en laagdrempelige standaard is.

In de workshop gingen de deelnemers zelf aan de slag met het 'vertalen' van de bekende Nederlandstalige veldnamen als Bron, Auteur, ISBN, Soort Document, Verwijzing etc. naar, het Dublin Core metadataformaat. Ook werd gedemonstreerd welke standaardvragen ('verbs') er aan een dataprovider gesteld kunnen worden.

De tijdens de Netwerkdag door Ivo Zandhuis gehouden presentatie is te bekijken op zijn website.

Speeddaten met fondsen  

Alle aanwezigen met prille of vergevorderde plannen voor digitalisering, conservering of presentatie van hun collecties, konden terecht bij de workshop Speeddaten met fondsen. De deelnemers aan deze workshop konden gedurende vijf minuten spreken met vertegenwoordigers van vier fondsen: het Nationaal Comité 4 en 5 mei, het Game Fonds, het Prins Bernhard Cultuurfonds en Metamorfoze.

In zijn inleiding ging dagvoorzitter Frans Hoving (Erfgoed Nederland) in op de algemene subsidiemogelijkheden voor cultureel erfgoed. Leidraad hiervoor was de pas verschenen Subsidiewijzer. Vervolgens kon het speeddaten beginnen.

Voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei, sinds dit jaar subsidieverstrekker voor het programma ‘Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid’, was veel belangstelling. In aanmerking voor subsidie komen enerzijds activiteiten op het gebied van educatie en voorlichting, anderzijds is er geld voor het organiseren van reünies en lotgenotencontacten voor de eerste generatie oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog.

Wie de Tweede Wereldoorlog door middel van een creatieve game onder de aandacht wil brengen, kan mogelijk terecht bij het nog tamelijk onbekende Gamefonds. Hier kunnen culturele instellingen samen met beeldend kunstenaars, vormgevers en animatoren een aanvraag doen voor een game met artistieke kwaliteit. Gamesubsidies zijn er echter uitsluitend voor 'de ontwikkeling en productie van games waarvoor de inhoudelijke eindverantwoordelijkheid berust bij kunstenaars, vormgevers of animatoren die zijn geïntegreerd in de Nederlandse cultuur en gameontwikkelaars of (culturele) instellingen die in Nederland gevestigd zijn.'

Metamorfoze was bij de meeste deelnemers bekend. Dit nationale programma voor conservering van het papieren erfgoed is een samenwerkingsverband van de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief. Metamorfoze subsidieert conserverings en digitaliseringsprojecten die door erfgoedinstellingen binnen bepaalde randvoorwaarden worden uitgevoerd. Zij kunnen aanspraak maken op een subsidie van 70% van de totale projectkosten.

Ook zeer in trek was het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat onder andere culturele projecten ondersteunt. In de Richtlijnenwijzer op de website van het fonds kunnen erfgoedinstellingen nagaan of zij voor subsidie in aanmerking komen.

In principe was het voor de deelnemers aan de workshop mogelijk met twee fondsen te spreken. Voor elk gesprek was vijf minuten uitgetrokken. Dat was natuurlijk wel wat kort, maar het leverde in elk geval geanimeerde gesprekken op in een ontspannen sfeer. Slechts een enkeling had moeite zich neer te leggen bij het verstrijken van de toegestane gesprekstijd. Veel dates werden beëindigd met het uitwisselen van visitekaartjes, voor een mogelijk vervolg – en een nieuwe date! – in de toekomst.