Leon Antoine Robert Wijnen is op 1 juli 1918 in Maastricht geboren als 6de en jongste kind van Hendrikus Johannes Leonardus Wijnen (1884) en Coralie Marie Alphonsine Boileau (1885). Zijn ouders komen beiden uit Den Bosch maar zijn in 1913 naar Maastricht verhuisd. In april 1942 verlaat Leon zijn vaderland. In Parijs krijgt hij geldgebrek, hij gaat naar Luik om bij familie geld te lenen. Daar treft hij zijn broer Fons, reserve-officier. Samen nemen ze de nachttrein naar Parijs. Via Nancy, Belfort en Delle bereiken ze de Zwitserse grens, waar ze door een boer op 7 juni de grens over worden gebracht. Fons meldt zich als reserve-officier bij generaal van Tricht in Bern. Na een bezoek aan de generaal worden ze ondergebracht in de strafgevangenis Belle-Chasse buiten Neuchâtel, en in juli worden ze overgeplaatst naar het werkkamp in Cossonay. Fons krijgt als officier studieverlof, maar Leon moet in Cossonay werken en wordt eind 1942 met 30 mannen naar het werkkamp in Aarau gestuurd. Enkele maanden later volgt overplaatsing naar Les Enfers, in de Jura. Opnieuw moet hij drainagewerk doen, net als in Belle-Chasse. In augustus 1943 verlaat hij het kamp met kampgenoot Pasman om zich bij de geallieerden in Italië aan te sluiten. Het lukt echter niet de Italiaanse grens over te komen. Ze gaan terug naar Les Enfers en dan besluit Leon met Dolf Bierman naar Spanje te gaan. In Perpignan worden ze door drie Duitsers (in burger) opgepakt. Na verblijf in de lokale gevangenis volgt overplaatsing naar het doorgangskamp in Compiègne en in november worden ze met 1200 man in een trein gepropt en naar Buchenwald gebracht. Onderweg, nog in Frankrijk, slagen ze erin uit de trein te ontsnappen. Dolf gaat terug naar Perpignan en bereikt Spanje, Leon gaat terug naar Les Verrières, waar hij zijn voeten kan laten genezen. Hij belandt in de gevangenis in Neuchâtel, daarna in een strafkamp bij Basel, en daarna weer terug naar Les Verrières. Hij is inmiddels een wrak, en mag ter herstel 6 weken naar Arosa, logeren in het châlet van Kerdel. Weer terug naar Les Enfers. Na de landing op Normandië krijgt hij met 30 anderen studieverlof. Na een cursus van 3 maanden gaan ze naar Parijs en via Le Havre gaan ze in januari 1945 naar Engeland. Na verhoor op de Patriotic School wordt hij toegevoegd aan de NIGIEO (Ned.Indische Gouvernement Im- en Export Organisatie). Met de SS Rangitata gaat hij via Liverpool en het Panamakanaal naar Brisbane. In november 1945 gaat hij naar Batavia. Eind 1948 is hij terug in Nederland.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders