Jan Hendrik van Borssum Buisman is op 6 maart 1919 in Haarlem geboren, waar zijn vader sinds 1913 conservator is van het Teylers Museum. In de zomer van 1941 wordt Jan gearresteerd, omdat hij in de tram as laat vallen op het uniform van een Duitser. Hij zit een week in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel). Daarna besluit hij naar Engeland te gaan. Als reisgezel vraagt hij studievriend Jan Postma mee. Ze vertrekken op 23 maart 1942 en via bezet België en Frankrijk bereiken ze Zwitserland. Een boerin verraadt hen aan de Zwitserse politie waarna ze gearresteerd worden. Een week lang verblijven ze in een kasteel in Neuchâtel, dat als gevangenis wordt gebruikt. Daarna worden ze voor verhoor overgebracht naar Bern, en dan naar Biel. Weer twee weken later worden ze op de trein gezet naar een Zwitsers interneringskamp. Onderweg ontmoeten ze onder meer Trix Terwindt. Na drie weken worden ze overgebracht naar een nieuw kamp in Cossonay, speciaal opgericht voor Nederlandse vluchtelingen en Engelandvaarders. In dit kamp ontmoet Jan dominee Visser 't Hooft, algemeen secretaris van de Raad van Kerken die in Genève is opgericht. Visser 't Hooft komt eveneens uit Haarlem. De dominee is in juni 1942 in Engeland geweest en heeft van koningin Wilhelmina en minister-president Gerbrandy de opdracht gekregen een inlichtingendienst op te zetten om contact mogelijk te maken tussen bezet Nederland en de regering in Londen. Deze dienst wordt al gauw de Zwitserse Weg genoemd. De dominee regelt dat de twee Jannen met hem naar Genève kunnen vertrekken. Ze worden ingekwartierd bij meneer Gagnebin, directeur van het conservatorium in Genève, waar ze ook Joop Bartels aantreffen, de rechterhand en vervanger van de dominee. Een andere medewerker van de dominee was Eise Eisma. Hij is chemicus en heeft bedacht hoe hij fotonegatieven kon strippen, d.w.z. de celluloid van de negatieven kan afhalen waarna de negatieven heel dun en oprolbaar worden en zo veel beter verstopt kunnen worden. Jan van Borssum Buisman moet Eisma gaan helpen. Hij wordt op 24 december terug naar Nederland gestuurd met een Frans persoonsbewijs op naam van Frederic Moët. Hij gaat bij de familie Van Niftrik in Putte de grens over, waarna hij zich meldt bij zijn studievriend Hein Louwerse in Hilversum. Van daaruit kan hij allerlei inlichtingen verzamelen, onder meer bij Jan Herman van Roijen, de latere diplomaat, bij Louis Bosch van Rosenthal en bij Hebe Kohlbrugge. Via het ministerie van Binnenlandse Zaken krijgt hij plattegronden voor de militaire inlichtingendienst mee die door de verzetsgroep 'Kees' zijn gemaakt. Ook krijgt hij enkele microfilms mee, die hij in een vulpotlood verstopt. Tijdens zijn verblijf in Nederland heet hij Sleewijk. Bij het oversteken van de Zwitserse grens wordt hij door Zwitserse grenswachten aangehouden. Na een telefoontje met de Zwitserse geheime dienst mag hij doorreizen. Hij is een maand weggeweest. Jan van Borssum Buisman wordt officieel geheim agent, zodat hij onder Bureau Inlichtingen valt. Daardoor krijgt hij onderdak, eten, officiële verblijfsvergunning en een financiële toelage, waarmee hij schildersspullen koopt. Ook schrijft hij zich in bij de kunstacademie, een prettige bezigheid en een goede dekmantel voor zijn activiteiten. Na een jaar wordt hem de keuze voorgelegd met Jan Postma alsnog naar Engeland te gaan. Jan Postma vertrekt, maar Jan van Borssum Buisman blijft in Genève. In november wordt de Zwitserse weg opgeheven, waarna Jan zich als oorlogsvrijwilliger aanmeldt bij de geallieerde legers om Nederland te bevrijden. Hij wordt bij Sas van Gent ingelijfd bij het 14de regiment infanterie, waarmee hij naar Zierikzee en Brouwershaven trekt. Tijdens zijn eerste verlof gaat hij naar Amsterdam, waar hij bij het hoofdkwartier van de OD zijn broer Garrelt ontmoet! Op een motorfiets bezoeken ze samen hun vader en zuster. Het is dan eind mei 1945. Jan van Borssum Buisman wordt overgeplaatst naar het ministerie van Defensie. Later wordt hij ingedeeld bij de stafcompagnie van prins Bernhard. Op 9 mei 1946 wordt hij eervol ontslagen. Jan wil alles liever vergeten. Hij wordt beeldhouwer en stort zich op de kunst. Als beeldhouwer exposeert hij met zijn vader in het Frans Hals Museum. Zijn vader overlijdt in 1951 en wordt opgevolgd door professor Van Regteren Altena. Deze overlijdt in 1973, waarna Jan van Borssum Buisman hem opvolgt als conservator van het Teylers Museum. Hij is op 23 februari 2012 in Haarlem overleden. Zijn verhaal is in 2000 door Marc Couwenbergh beschreven in 'Agent van de Zwitserse Weg. Het levensverhaal van Jan van Borssum Buisman'.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders
Jan Hendrik van Borssum Buisman (Haarlem, 9 maart 1919 – aldaar, 23 februari 2012) was kunstschilder en verzetsdeelnemer tijdens de Duitse bezetting. Nadat hij kortstondig was geïnterneerd in het Oranjehotel besloot Van Borssum Buisman na zijn vrijlating te vluchten en kwam hij in Zwitserland terecht. Daar aangekomen was hij werkzaam voor De Zwitserse Weg, een route waarlangs koeriers van 1942 tot juni 1944 geheime berichten smokkelden van bezet Nederland naar Genève.
Bron: Stichting WO2Net | Oorlogsbronnen.nl