Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Oranjehotel 08 maart 2022 8 minuten leestijd

Verzet in het Oranjehotel vastgelegd op een zakdoek

“Voor ‘t eerst kwam ik een zingende troep tegen, tweestemmig, het klonk dreigend, afgebeten, marsmaat. Ik voelde ‘t beklemmend als een verschrikking”, schrijft Titia Gerardina Gorter op 19 juni 1940 in haar dagboek. De in 1879 geboren verzetsvrouw houdt in bezettingstijd een dagboek bij, waarin ze schrijft over haar verzetswerk en langzame nazificering van de samenleving. En met grapjes en moppen de situatie beziet. Het ANP staat bijvoorbeeld voortaan voor ‘Adolf’s nieuwste papagaai’. Titia en haar zus Johanna Theodora Frederika (Dora) Gorter worden verraden en belanden in het Oranjehotel. Om de moed erin te houden borduurden ze daar – met veertig andere vrouwen – hun naam op een zakdoek.

Adriënne Baars
Deel dit artikel
Zakdoek Oranjehotel
Zakdoek Oranjehotel
Zakdoek waar de vrouwen hun namen op borduurden in het Oranjehotel. Deze is nu te zien in het Nationaal Monument Oranjehotel. Nationaal Monument Oranjehotel

Verzet in Den Haag

Het verzet van Titia en haar zus Dora Gorter, wonend aan de Snelliusstraat 82 in Den Haag, begint klein. Witte Anjers op de verjaardag van Prins Bernhard, rood-wit-blauwe hyacinten in de vensterbank, het verspreiden van foto's van leden van het koninklijk huis. Maar ze doen meer. 

Titia Gorter Dora Gorter

Gebeurtenis
Anjerdag
Anjerdag is de aanduiding voor 29 juni 1940, de verjaardag van Prins Bernhard. Door op deze dag een anjer in het knoopsgat te dragen - het handelsmerk van de prins - lieten Nederlanders openlijk hun onvrede blijken over de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. In een aantal steden vonden georganiseerde bijeenkomsten plaats, zoals in Den Haag, waar op paleis Noordeinde het felicitatieregister kon worden getekend.
Meer over Anjerdag
gorters
gorters
Dora Gorter en Titia Gorter.Oorlogsbronnen.nl | Beeldbank WO2 | NIOD

In verzet: onderduikadres

Op 14 februari 1941 gaat Titia naar de synagoge in de Wagenstraat en vraagt of ze misschien kan helpen door Joodse kinderen op te nemen. Op 1 maart volgt een telefoontje of ze inderdaad een logeetje kan herbergen. Na de 21-jarige Joodse jongen volgen er meer. Zo bieden de zussen onderdak aan een bevriende schrijver die uit Duitsland gevlucht is: Kurt Lehmann, schrijvend onder het pseudoniem Konrad Merz. In haar dagboek schrijft Titia in het begin nog namen voluit, later worden afkortingen en initialen gebruikt om mensen te beschermen en gebruikt ze voor diverse logees een pseudoniem.

Mens
Kurt Lehmann
Meer over Kurt Lehmann

In verzet: illegale pers

Daarnaast worden de typevaardigheden ingezet om teksten te verspreiden, de vertaling van het Witboek van Van Kleffens, de Protestrede van Cleveringa, berichten uit studentenverzetsblad De Geus en de Haagse versie van Het Parool: 'De Vrijheid'. Naast typewerk zorgen ze ook voor de verspreiding van deze illegale krantjes.

Dat het gevaarlijk is om blaadjes en teksten te verspreiden is wel duidelijk. Marinier Piet verdwijnt opeens en blijkt vijf maanden in het Oranjehotel gezeten te hebben. De foto’s van de prinsesjes koopt Titia van Piet, en ze verkoopt ze weer voor de goede moraal. De opbrengst wordt gebruikt voor wapens en munitie.

"De Geus komt niet meer en ook ‘Vrij Nederland’ krijg ik nooit meer. Van die beide organisaties zijn al velen in de gevangenis. L. die ‘de Vrijheid’ vandaag bracht vertelde dat ze betrouwbare inlichtingen hebben over relletjes in vele steden in Duitsland en tevens dat er weer vele leden van de partij dood zijn geschoten.”
Titia Gorter21 augustus 1941 | Dagboek
Mens
Titia Gerardina Gorter
Titia Gorter (Winschoten, 6 november 1879 - Ravensbrück (Duitsland), tussen 16 februari en 6 maart 1945) was een Nederlandse lerares, medewerker van het verzekeringsbedrijf De Nederlanden van 1845 te Den Haag en hielp met haar zus tijdens de bezetting onderduikers. Op 13 februari 1942 werden zij opgepakt en opgesloten in het Oranjehotel waar zij hun naam op een zakdoek borduurden. Zij werden vervolgens naar Kamp Ravensbrück gedeporteerd. Ergens tussen 16 februari en 6 maart 1945 zijn Titia Gorter en haar zus hier vermoord. Bron: WO2 Biografieën Netwerk Oorlogsbronnen.
Meer over Titia Gerardina Gorter

Arrestatie

De betrokkenheid bij allerlei activiteiten wordt groter, het herbergen van jongens op de vlucht voor de Arbeitseinsatz, het bieden van een plek om te vergaderen voor het bestuur van de SDAP, onderdak bieden aan Rijksduitser Helmut Salden die niet in militaire dienst wil.

In december 1941 brengt een van de ‘vaste gasten’ Gerard Doggereen onderduiker die vanuit Engeland gedropt is mee: Jo ter Laak. De naam en het adres van de Gorters wordt verraden en de politieagenten Leo Poos en Marten Slagter komen op 13 februari 1942 aan de deur. 

Helmut Salden  Jo ter Laak  Gerard Dogger

Organisatie
Oranjehotel
Het Oranjehotel was de bijnaam van de (Deutsches) Polizeigefängnis in het huis van bewaring in Scheveningen. Hier zaten veel Nederlandse verzetsmensen gevangen.
Meer over Oranjehotel

Titia, Hanna Meijhuizen, huishoudster Rika en twee onderduikers, Jo ter Laak en Helmut Salden worden gearresteerd en naar het Oranjehotel afgevoerd. Later die dag wordt ook vriendin Cathrien Kolk gearresteerd. Dora Gorter wordt nog even toegestaan om thuis te blijven, mogelijk om anderen in de val te laten lopen. Zij wordt op 16 februari bij De Nederlanden gearresteerd en daarna in het Oranjehotel opgesloten. Zij wordt echter minder streng behandeld dan Titia, die tot 1 mei 1942 in Einzelhaft – eenzame opsluiting – zit en niets mag doen. De ondervragers willen graag weten waar Koos Vorrink zich verstopt en beschuldigen Titia ervan deel uit te maken van de Ordedienst, wat ze ontkent.

Mens
Koos Vorrink
Jacobus Jan (Koos) Vorrink (Vlaardingen, 7 juni 1891 – Amsterdam, 19 juli 1955) was politicus en een verzetsdeelnemer. Hij was onder andere betrokken bij Het Parool en was één van de mensen bij het Nationaal Comité, een groep zakenmensen en politici die voorbereidingen troffen voor een overgangsregering na de Duitse bezetting. De groep werd opgepakt en Vorrink kwam via Kamp Haaren in Sachsenhausen terecht, waar hij tot zijn bevrijding gevangen zat. Bron: WO2 Biografieën Netwerk Oorlogsbronnen.
Meer over Koos Vorrink
Borduurlap uit het Oranjehotel
Borduurlap uit het Oranjehotel
Borduurlap uit het Oranjehotel van de zussen GorterOorlogsbronnen | Verzetsmuseum Amsterdam
Geborduurde zakdoek

Borduren om de moed te houden

De vrouwen proberen de moed erin te houden met borduurwerk. Zo maakt Titia een ‘stripverhaal’ over het leven in het Oranjehotel, en zoekt zij houvast in het maken van een boerenzakdoek. Met andere vrouwen besluit ze hun namen op een zakdoek te borduren. Dora Gorter staat in de linkerrij, Titia Gorter in het rijtje dat daar haaks op staat. Onder haar naam staat Helena Praamsma-Paes, een ‘Joods bruidje’ die in december 1941 met haar niet-Joodse echtgenoot trouwt.

Bekijk hier de vrouwen die hun naam borduurden

Mens
Helena Praamsma-Paes
Meer over Helena Praamsma-Paes
Vrouwen
Vrouwen
Justine Leonie Spier-Bendien, Hubertha Corsmit-van den Broek, Elisabeth de Vos-Kikkert, Juliana Wilhelmina Dessauvagie-van der Noordaa, Pieternella Jacoba le Noble en Helena Praamsma-Paes. Oorlogsbronnen

Ravensbrück

Vanuit het Oranjehotel gaan de zussen Gorter naar Ravensbrück, waar ze op 3 februari 1943 aankomen. Dora krijgt nummer 16616 en Titia 16617. In het transport zitten vijftien Nederlandse vrouwen, waaronder vier Jehova’s Getuigen. De Nederlandse kolonie in Ravensbrück is niet heel groot. Van de 231 Nederlandse vrouwen die vóór dit transport aankwam in Ravensbrück arriveerden, waren er al achttien vrijgelaten. Vanuit Ravensbrück is het nog mogelijk om brieven in het Duits te schrijven waarin onder andere bedankt wordt voor de pakketjes uit Nederland, van het Rode Kruis en ook van de collega’s van De Nederlanden. Onder het pseudoniem Tante Dientje is het voor Titia mogelijk te schrijven wat er met haarzelf gebeurt, onder andere dat ze een voetwond heeft die door Dora verzorgd wordt.

Kamp
Ravensbrück
Ravensbrück was een concentratiekamp voor vrouwen, in de buurt van Fürstenberg, 85 kilometer ten noorden van Berlijn. Het was in gebruik tussen 15 mei 1939 en de bevrijding door Russische troepen op 30 april 1945. In Ravensbrück hebben 132.000 vrouwen en kinderen en 20.000 mannen van meer dan veertig nationaliteiten gevangen gezeten, politieke gevangenen, verzetsmensen, Joden en Sinti en Roma, waaronder 900 Nederlandse vrouwen.
Meer over Ravensbrück
Transportlijst naar Ravensbrück met daarop Titia en Dora Gorter.
Transportlijst naar Ravensbrück met daarop Titia en Dora Gorter.
Transportlijst naar Ravensbrück met daarop Titia en Dora Gorter.Arolsen Archives

Naar Uckermark

In februari 1945 is Ravensbrück overvol, transporten uit Auschwitz en andere kampen – Duitsland verliest op alle terreinen en kampen worden ontruimd – ziekte en te weinig eten voor de vrouwen maken veel slachtoffers. Dan wordt een transport samengesteld voor een ander kamp, Uckermark, waar vrouwen met een roze kaart geplaatst worden. Titia en Dora Gorter komen in een rij voor transport naar Uckermark te staan, samen met Jeanne Bommezijn. Door een gelukkig toeval hoeft Jeanne niet mee met dit transport. 

Kamp
Uckermark
Op 1 juni 1942 werd concentratiekamp Uckermark geopend. Het was aanvankelijk een interneringskamp voor jonge vrouwen (16-21 jaar) en lag naast het vrouwenkamp Ravensbrück. Vrouwen ouder dan 21 jaar werden naar Ravensbrück overgeplaatst. In 1945 werd Uckermark een vernietigingskamp. Tussen januari en maart kwamen ongeveer 5000 vrouwen en kinderen om. In de nacht van 29 op 30 april 1945 werd het kamp door het Rode Leger bevrijd.
Meer over Uckermark
“De oorlogskansen keren ten nadeel van Duitsland, de voedselvoorziening van ’t kamp wordt moeilijker en men besluit daarom de andere vrouwen en zieken op te ruimen. Deze categorie krijgt een roze kaart, hetgeen betekent ‘vergassingswaardig’, alleen wanneer je werkt heb je recht om te blijven leven en vrouwen boven de vijftig, die niet meer voor de kinderproductie in aanmerking komen, hebben helemaal geen recht meer om te bestaan.”
Jeanne BommezijnNIOD. 244.276
Mens
Jeanne Bommezijn-de Rochemont
Jeanne Bommezijn-de Rochemont (Magalang, 23 mei 1891 - Den Haag, 13 januari 1958) was een verzetsvrouw. Ze hielp onderduikers en was betrokken bij verzetsgroep de Ordedienst (OD). Op 13 maart 1942 werd zij opgepakt en opgesloten in het Oranjehotel, waar ze haar naam op een zakdoek borduurde. Bommezijn-de Rochemont zat vervolgens van 3 april 1943 tot 24 april 1945 in Kamp Ravensbrück. Met de Witte Bussen van het Rode Kruis werd ze naar Zweden gebracht en keerde in juli 1945 terug in Nederland. Bron: WO2 Biografieën Netwerk Oorlogsbronnen.
Meer over Jeanne Bommezijn-de Rochemont

‘Wij gaan vannacht hemelwaarts’

Hoe de zusters en de vele vrouwen in het Jugendläger om het leven gekomen zijn is niet duidelijk. Enige berichten over de afgevoerde vrouwen kwamen later van Nelia Epker en Mien Sneevliet. Deze vrouwen hebben indruk gemaakt op de andere Nederlandse vrouwen. Trien de Haan schreef een herdenkingsgedicht ‘Smart’ waarin zij betreurt met lege handen te staan en niets voor ze kunnen doen, ‘Ravensbrück, 17 februari 1945 ’s avonds, Vernietigingslager. Bij ’t sterven van de 8’.

Anne Berendsen beschrijft dat zij naar een wagon van de posterijen zijn gebracht om vergast te worden, maar dat het toestel niet werkte en zij daarom met een mitrailleur gedood zijn: “Zij hebben zich geen illusies gemaakt. ‘Wij gaan vannacht hemelwaarts’, heeft Titia of Dora gezegd. […] Nu zijn deze zes, bijna allen mensen die zich juist bij uitstek goed gehouden hebben erdoor vermoord. […] Nu heb ik Titia dus niet meer, om mij met haar liefheid, haar openstaan voor het gehele leven en voor alle mensen, tot rust te brengen en om met haar te lezen en te praten. En ik heb Door niet meer, Door, met de ogen die naar de verte zagen, die de zaken beschouwde, wijs en rijp, rechtvaardig en edel, met een warmte van gevoel, die het feilloos intellect steeds zijn glans en zin gaf. Ik heb hen in Nederland nooit gekend, maar het lijkt mij, alsof ik naar een wat verlaten wereld terug moet gaan.”

Oorlogslevens | Anna Berendsen Oorlogslevens | Trien de Haan

Mens
Mien Sneevliet-Draaijer
Mien Sneevliet-Draaijer (Amsterdam, 5 augustus 1894 - Amsterdam, 20 augustus 1965) was een revolutionair-socialist en verzetsdeelnemer. Mien Sneevliet was actief in de vakbondskoepel Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS) en kwam in 1939 op een lijst van links-extremistische personen te staan. Ze werd de contactpersoon tussen haar man Henk Sneevliet en de verzetsgroep Marx-Lenin-Luxemburg-Front (MLL-Front). Op 6 maart 1942 werd Mien Sneevliet gearresteerd en in juli naar concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd. In april 1945 werd ze met vele andere gevangenen door het Zweedse Rode Kruis uit het kamp bevrijd. Bron: WO2 Biografieën Netwerk Oorlogsbronnen.
Meer over Mien Sneevliet-Draaijer
het vaderland
het vaderland
Delpher | Het Vaderland | 26 februari 1955
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media