Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Koot (Reserve-generaal-majoor der Generale Staf, Commandant der Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten)

Reserve-generaal-majoor H. Koot : Henri Koot wordt op 29 december 1883 geboren te Singaradja op het eiland Bali in voormalig Nederlands-Indië. Al snel verhuist het gezin Koot naar Soerabaja op Java waar de jonge Henri de Hogere Burger School (HBS) doorloopt. Na de HBS vertrekt hij naar Nederland voor een militaire opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda. In 1904 wordt hij benoemd tot tweede luitenant der Infanterie bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en kortstondig geplaatst op het Koloniaal Werfdepot te Harderwijk. In 1905 keert hij terug naar Indië alwaar hij o.a. deelneemt aan de expedities naar Ceram, Ambon en Timor. Na zijn benoeming tot eerste luitenant op 23 juli 1908 is hij tijdelijk civiel gezaghebber over een aantal gebieden in Midden-Timor.
Volledig: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, Den Haag, Koot, Toegang 515, inventarisnummer. ...
Na de oorlog wordt hem wegens zijn verzetswerk de Militaire Willems-Orde 4de klasse toegekend en wordt hij voorzitter van de diverse zuiveringscommissies. In 1947 wordt Koot eervol ontslag ontleend als reserve-generaal-majoor, waarna hij aan de slag gaat als Kanselier der Nederlandse Orden welke functie hij bekleedt tot 18 december 1958. Een maand later overlijdt hij op 75-jarige leeftijd.
Verkort: NIMH, Koot, 515 , inv. ...
De collectie : In 1978 heeft de luitenant-kolonel b.d. drs. G.J. van Ojen jr. deze collectie samengesteld ten behoeve van de biografie van reserve-generaal-majoor H. Koot en deze geschonken aan de toenmalige Sectie Krijgsgeschiedenis Koninklijke Landmacht. De collectie bevat dus naast originele stukken van Henri Koot ook aantekeningen, documentatie en stukken van G.J. van Ojen jr.
Aanvraag- en citeerinstructie : De collectie dient in de studiezaal van het NIMH als volgt te worden aangevraagd: Collectie: Koot Toegangsnummer: 515
De looptijd van de collectie omvat de jaren 1813-1978. Vanwege het confidentiële karakter is een aantal stukken van de collectie beperkt openbaar. Het betreft daarbij de inventarisnummers 20, 22, 25, 27, 29, 52, 54, 56, 57 & 58. Voor inzage is toestemming vereist van het Hoofd van de afdeling Publieksinformatie en Collectiebeheer. Het overige deel van de collectie is openbaar.
Tijdens de bezetting is hij kortstondig aangesteld als kabinetschef van de opbouwdienst. In september 1940 wordt hij gearresteerd na beschuldigingen over verzetsactiviteiten en in bewaring gesteld in de strafgevangenis te Scheveningen. Na zijn vrijlating in januari '41 werkt hij vervolgens op het secretariaat van de Nederlandsche Unie en na december voor het Nederlandse Rode Kruis waar hij zich bezig houdt met de verspreiding van voedselpakketten onder Nederlanders in Duitse krijgsgevangenschap. In 1944 wordt hij opnieuw gearresteerd en drie weken vastgezet vanwege zijn werkzaamheden bij het Rode Kruis. Na zijn vrijlating wordt hij aangezocht als commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten met standplaats Amsterdam. In die functie onderscheidt hij zich door de verschillende verzetsorganisaties samen te laten werken. Grote conflicten, met name tussen de Raad van Verzet (RVV) en de Landelijke Knokploeg (LKP) weet hij echter niet te voorkomen. Tevens is hij ook nauw betrokken bij de onderhandelingen over de Duitse capitulatie in Nederland.
Op 20 augustus 1911 vertrekt Koot wederom naar Nederland, ditmaal voor een studie aan de Hogere Krijgsschool (HKS) te 's-Gravenhage welke tot 1914 zou duren. Daarna wordt hij aangesteld bij de sectie IV (later sectie IIIc) van de Generale Staf waar hij zich voornamelijk bezig houdt met het decoderen van onderschepte berichten. In 1920 verlaat hij de dienst in de rang van kapitein en werkt hij voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken als hoofd van het Cryptografisch Bureau. Deze interdepartementale instelling heeft tot taak om de diplomatieke dienst, leger en vloot van een eigen geheime code te voorzien. Na zijn ontslag bij dit bureau wegens bezuinigingen in 1933 blijft hij als reserve-officier verbonden aan de Generale Staf (sectie IIIc). Vanaf 1929 tot aan de mobilisatie combineert hij dit werk met een lectoraat aan de Rijksuniversiteit Utrecht op het gebied van Maleise taal- en letterkunde. Tijdens de mobilisatie leidt hij personeel op voor de peil- en luisterdiensten en werkt tevens aan een coderingsapparaat voor het Nederlandse leger.
Bij het citeren van stukken in publicaties dient men de vindplaats ten minste eenmaal volledig en zonder afkortingen te vermelden, vervolgens kan volstaan worden met een verkorte titel.
Blijf tweewekelijks op de hoogte
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media