Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Collectie proces Mussert

Over het archief: A.A. Mussert was de leider van de N.S.B. Hij werd vlak na de bevrijding gearresteerd. In december 1945 werd hij door het Bijzonder Gerechtshof veroordeeld tot de doodstraf. In maart 1946 werd dit vonnis bevestigd door de Bijzondere Raad van Cassatie. Op 6 mei werd het vonnis voltrokken door de kogel.
Status: Bruikleencollectie Nationaal Archief
De collectie bevat stukken die zijn gebruikt tijdens het proces, zoals processen-verbaal van getuigenverhoren en krantenknipsels alsmede correspondentie, redes, dagboekaantekeningen en notities van Mussert, beschouwingen over hem en brochures. Ook bevat het stukken die Mussert ter verdediging van zichzelf tijdens zijn gevangenschap heeft geschreven voor het Bijzonder Gerechtshof en de Bijzondere Raad van Cassatie. Ten slotte bevat het verslagen van het proces.
periode van ontstaan

De collectie is gevormd in de periode 1945-1946.

Collectie proces Mussert
Geschiedenis

Anton Adriaan Mussert (1894-1946) was oprichter en leider van de Nationaal Socialistische Beweging in Nederland (NSB). Tijdens de bezetting werd hij door de nazi’s, de NSB-leden en hun sympathisanten gezien als de leider van Nederland. Op 7 mei 1945 werd Mussert gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring in ’s-Gravenhage. Op 25 juli werd hij overgebracht naar de cellenbarak van de Strafgevangenis in Scheveningen. Aanvankelijk zou zijn proces beginnen op 13 november, maar omdat zijn gekozen raadsman mr. J.H. Rolandus Hagedoorn op 23 oktober overleed werd het twee weken uitgesteld. Zijn raadsman werd nu mr. C.R.C. Wijckerheld Bisdom. Mussert werd gedagvaard voor 27 november. Het Bijzonder Gerechtshof was samengesteld uit: mr. A.L.M. van Berckel, president; prof. mr. J.C. van Oven en mr. H. Burgerdijk, Raden; Luitenant-Generaal P.W. Best en Generaal-Majoor H.Ch.G. Baron van Lawick, Militaire Raden. Als bijzitters waren aanwezig mr. W.G.F. Borgerhoff Mulder en Kolonel V.E. Wilmar. Voor het Openbaar Ministerie trad mr. J. Zaaijer als procureur-fiscaal (openbaar aanklager) op. Griffier was mr. C.G. Iordens. De aanklacht tegen Mussert omvatte drie punten: I. Poging om het land onder vreemde heerschappij te brengen, II. Poging om te grondwettelijke regeringsvorm te veranderen, III. Hulpverlening aan de vijand.

De behandeling nam twee dagen in beslag. Op 27 november droeg de procureur-fiscaal de zaak voor. Daarna werden drie getuigen gehoord: T.J. van Dien, hoofd van de Bijzondere Dienst van de Politieke Opsporingsdienst (POD) te ’s Gravenhage, die in het vooronderzoek de verhoren had verricht; mr. J.H. Carp, oud medewerker van Mussert en P. van Houten, die als hoofd van het Documentatiebureau in Londen gegevens over de activiteit van de NSB bijeen had gebracht. Vervolgens werden de processtukken behandeld. Het onderzoek was nu voltooid en de behandeling werd verdaagd tot 28 november. Op die dag hield Zaaijer zijn requisitoir. Daarna Wijckerheld Bisdom zijn verdediging. Vervolgens kreeg Mussert zelf het woord. Hij voerde zijn eigen politieke verdediging. De president sloot vervolgens de zitting en bepaalde de uitspraak op 12 december. Op die dag werd Mussert tot de doodstraf veroordeeld. De NSB-leider ging tegen dit vonnis in cassatie. In de winter werkte hij in de gevangenis aan zijn verdediging voor de Bijzondere Raad van Cassatie, die dit beroep zou behandelen. De behandeling van de cassatie had plaats op 20 februari 1946. De Bijzondere Raad was samengesteld uit: mr. H. Haga, president; prof. mr. dr. S. van Brakel, prof. mr. R. Kranenburg en mr. dr. G.H.A. Feber, Raden; Majoor mr. P.A. van Driest, Militair Raadsheer; Kolonel mr. D. Tollenaar, bijzitter. Als advocaat-fiscaal trad prof. mr. G.E. Langemeijer op. Mussert kreeg nog een tweede raadsman toegewezen, mr. J.H. de Pont. Griffier was mr. H. van Oordt.

Mussert werd door de Raad uitvoering verhoord en kreeg daarna de gelegenheid een korte verklaring af te leggen. De cassatiemiddelen werden vervolgens toegelicht door Wijckerheld Bisdom en De Pont. De advocaat-fiscaal achtte alle middelen ongegrond en concludeerde tot verwerping van het beroep. De uitspraak volgde op 20 maart 1946: het cassatieberoep werd verworpen en de sententie van het Bijzonder Gerechtshof bevestigd. Mussert besloot geen gratie te vragen. Een familielid van hem deed dat wel, maar daarover werd negatief beschikt. Het vonnis ten slotte, werd op 7 mei door middel van de kogel voltrokken.

Mussert tijdens zijn proces

Openbaarheid: Deze stukken zijn beperkt openbaar. Zij zijn slechts raadpleegbaar na verkregen toestemming van de directeur van het NIOD. Voor bezoekers die deze toestemming willen hebben, ligt een formulier bij de balie van de studiezaal van het NIOD.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media