Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Stichting Jongens in Japanse Kampen '42-'45

Bijzonderheden: Dit archief is nog in bewerking maar zal binnenkort voor raadpleging beschikbaar zijn.
Literatuur en verwante archieven: Voor vervolgonderzoek raadplege men de volgende archieven en literatuur.
Stichting Jongens in Japanse Kampen '42-'45
Geschiedenis

Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werd een groot deel van de Nederlandse burgers geïnterneerd. In de beginjaren van de bezetting werden de jongens tot 18 jaar ondergebracht in de vrouwenkampen, en de mannen tussen de 18 en 60 apart geïnterneerd. Vanaf 1943 begonnen de Japanners regelmatig lichtingen jongens uit de vrouwenkampen te halen en over te brengen naar de mannenkampen. Dit begon met de oudste jongens, maar de leeftijd was gedaald naar 14 jaar tegen het eind van 1943. Een nieuw reglement van de Japanners veranderde deze situatie grondig. De keizerlijke verordening van 7 november 1943 schreef voor dat mannen, vrouwen en kinderen apart moesten worden ondergebracht. Als gevolg van dit voorschrift werd vanaf juli 1944 een aantal speciale jongenskampen ingericht. Alle jongens vanaf 10 jaar werden in 1944 uit de vrouwenkampen gehaald en overgebracht naar nieuwe kampen. Een groot jongenskamp dat werd ingericht was Tjimahi-6, later uitgebreid met Tjimahi 4 en 5. Ook in Ambarawa werden kampen ingericht, namelijk kamp 7 en 8. Het verschil tussen de internering op West-Java (Tjimahi) en Midden-Java (Ambarawa en Bangkong) was groot. Door de woonomstandigheden en de samenstelling van de groep in de kampen was de sfeer in Tjimahi relatief beter. Een ander verschil was dat in Tjimahi mannen en jongens uit hetzelfde gezin samen konden optrekken. Vaders en zonen waren samen beter tegen het kampleven bestand. Binnen de kampen vonden veel verschuivingen plaats van groepen jongens en mannen. Zo werden in Ambarawa eind 1944 mannen van boven de 60 bij de jongens in het kamp geïnterneerd. Deze twee zeer verschillende groepen waren lastig samen te voegen. Zowel de jongenskampen Ambarawa, Tjimahi als Bangkong hebben tot de Japanse capitulatie bestaan. In augustus 1945 zaten er in totaal nog 3600 jongens in deze kampen opgesloten. Daarnaast zaten er nog 2000 jongens elders.

In 1980 besloot een drietal vrienden uit Ambarawa een bijeenkomst te beleggen voor oud-Ambarawa kampgenoten. Bert Singelenberg nam het initiatief voor de eerste reünie, die plaatsvond op 14 februari 1980. Door de deelnemers werd dit als een groot succes ervaren, zodat besloten werd een grote reünie te organiseren. Dit gebeurde uiteindelijk op 31 oktober 1981, en in dat jaar werd ook de Stichting Jongenskampen Ambarawa opgericht. In 1984 plaatste Dick van Engelenburg een advertentie in de Moesson waarin hij aangaf op zoek te zijn naar kampgenoten uit Baros-6 in Tjimahi. De eerste reünie van jongens uit Baros-6 werd gehouden in 1985, en als gevolg werd in 1987 de Stichting Jongenskamp Baros-6, Tjimahi opgericht. Bij deze twee stichtingen sloten zich ook jongens aan van andere kampen, zoals jongens uit Baros-5, en uit de Bangdoengkampen. Sinds 1989 worden er bij het monument in Bronbeek voor de jongenskampen, samen met het Comité Bangkong-Gedungdjati, herdenkingen gehouden door de stichtingen. Door de uitbreiding van de groep werd het noodzakelijk de naam van de Stichting Jongenskampen Baros-6, Tjimahi te veranderen in Stichting Jongens in Japanse kampen Tjimahi/Bandoeng '42-'45. Ook werd er ruimte geboden aan belangstellenden, zoals weduwen van voormalige kampgenoten, om lid te worden. In 2001 werden de stichtingen voor Ambarawa en Tjimahi/Bandoeng samengevoegd in de Stichting Jongens in Japanse kampen '42-'45. Deze stichting vertegenwoordigt nu 2000 aangeslotenen, verspreid over 26 landen.

Over het archief: De Stichting Jongens in Japanse Kampen '42-'45 is in de jaren tachtig voortgekomen uit de behoefte aan een reünie die leefde onder voormalig geïnterneerden van de jongenskampen Ambarawa en Baros. Sinds 1989 worden er bij het monument in Bronbeek voor de jongenskampen gezamenlijke herdenkingen gehouden met het Comité Bangkong-Gedungdjati. De stichting vertegenwoordigt nu tweeduizend aangeslotenen, verspreid over 26 landen.
De Stichting Jongens in Japanse Kampen '42-'45 hield zich vooral bezig met het onderlinge contact tussen oud-kampgenoten. Daarbij probeerden ze te achterhalen waar de jongens die in het kamp gezeten hadden nu woonden, en hielden ze regelmatig reünies. De correspondentie tussen het bestuur en de leden is in dit archief rijkelijk aanwezig. Daarnaast hield de stichting zich bezig met het verzamelen van materiaal en verhalen uit de jongenskampen. Dit archief telt dan ook verscheidene dagboeken, foto's, tekeningen, getuigenissen en ervaringen, die zijn opgetekend in of na de oorlog.
Openbaarheid: Enkele inventarisnummers van dit archief zijn beperkt openbaar. Details staan vermeld in de rubriek "openbaarheid".
periode van ontstaan

Het archief is gevormd in de periode 1984-2001.

beheersgeschiedenis/overbrenging naar het NIOD

Het archief is in 2002 overgebracht naar het NIOD.

Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media