Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met J. Helversteijn

De heer Helversteijn (1927) is 13 jaar als de oorlog uitbreekt. In 1943 gaat hij vanuit Leiden met een aantal vrienden naar Amsterdam en leeft daar van de zwarthandel. In het najaar van 1944 wordt hij opgepakt door de SD. Eerst gaat hij naar de gevangenis Weteringschans in Amsterdam en vervolgens naar Kamp Amersfoort. In november en december 1944 ondergaat hij daar veel hinderlijke en langdurige appèls. Zijn werk in het kamp was het dagelijks schoonmaken van de cellen in de Bunker en het stookhok wat onder de grond tussen het SS-kamp en het gevangenenkamp lag. Tijdens het schoonmaken van de cellen werden de gevangenen in de Rozentuin gelucht. Wat opviel was dat veel gevangenen in de Bunker gewond waren, blauwe ogen was wel het minst ernstige. Geïnterviewde is erbij als dominee Rijper door Kotälla uit zijn cel gehaald wordt om kort daarna geëxecuteerd te worden. Geïnterviewde is zelf nooit mishandeld, dat zal waarschijnlijk aan zijn jonge leeftijd hebben gelegen, want ouderen kregen wel veel slaag. Hij heeft gezien dat Westerveld, Brahm en Kotälla andere gevangenen mishandelden. Samen met een andere gevangene en Kotälla heeft hij eens een op de vlucht doodgeschoten gevangene moeten begraven. Op 15 januari 1945 gaat hij op transport. Hij springt uit de trein bij Apeldoorn en duikt onder in de Achterhoek. Geïnterviewde vindt dat het eten eigenlijk wel meeviel, ten minste, in vergelijking met de bevolking in de Randstad gedurende de Hongerwinter, in die zin dat het wel eetbaar was. Begin mei 1945 gaat hij vanuit zijn onderduikadres terug naar Kamp Amersfoort om te zien hoe het daar is. Hij komt in dienst van het Rode Kruis tijdelijk te werken in de keuken bij Frans van de Berg Sr. Hij ervaart daar dat de voormalige Duitse bewakers zoals Berg en Kotälla nu zelf in de Bunkercellen zitten. Na 3 maanden gaat hij in militaire dienst als  oorlogsvrijwilliger. Zijn eerste ervaring is bewakingsdienst voor Kamp Amersfoort waar dan NSB-ers in zijn opgesloten. Hij ziet dat de politie de NSB-ers op dezelfde wijze behandelen als de Duitsers de gevangenen behandelt. Geïnterviewde ergert zich daaraan en maakt er melding van bij zijn commandant. Kort daarna volgt een inspectie door prins Bernard die aangeeft dat hier onmiddellijk een einde aan moet komen. Prins Bernard vaardigt hier een dagorder over uit. Geïnterviewde heeft niet meegemaakt dat er bij het eten een overschep werd uitgedeeld. Na de bevrijding is hij weer terug gegaan naar het kamp en werkt daar een paar maanden. Gedurende die tijd is hij ook aanwezig bij het opgraven van slachtoffers van het Duitse regime. Het laatste deel van het interview gaat over zijn tijd als militair in Indonesië en de tijd kort daarna.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media