Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Amsterdam, Homomonument

Het Homomonument in Amsterdam herinnert niet alleen aan de onderdrukking van homoseksuelen, maar heeft tevens als doel om toekomstige generaties te inspireren bij hun strijd tegen discriminatie. Hierbij moet worden opgemerkt dat homoseksuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland niet actief zijn vervolgd, zoals vaak ten onrechte wordt verondersteld. Het idee tot oprichting van een monument voor homoseksuele oorlogsslachtoffers ontstond in de hoek van de georganiseerde homobeweging. In 1961 opperde Jef Last, die in Vriendschap schreef onder de schuilnaam Ohira, voor het eerst het idee voor een 'monument voor de onbekende homo': "Niemand weet hoevelen het waren, geen enkele statistiek vermeldt hoevelen van hen in die kampen zijn doodgeranseld of uitgehongerd of op andere wijze bezweken. Voor onbekende homophielen brandt geen vlam." Het zou nog een kleine twintig jaar duren voordat dit idee werd gerealiseerd. Oprichting Het initiatief kwam in 1979 van Bob van Schijndel, toentertijd lid van de PSP-homogroep. Het jaar daarvoor was op het Museumplein een monument onthuld ter nagedachtenis aan de door de bezetter omgebrachte zigeuners (Sinti en Roma). In de lente van 1979 schreef Van Schijndel aan zijn collega's binnen de PSP-homogroep: "Ik kreeg gisternacht het volgende idee. We moeten in een open brief aan burg. Polak vragen om in navolging van het monument voor Zigeuners die in konsentratiekampen zijn vermoord een monument voor homoslachtoffers op het Leidseplein of in het Vondelpark op te richten. Zulks om de herdenking van de 200.000 vermoorde homoos levend te houden in een tijd waarin nog steeds homoos ten slachtoffer vallen aan fascistische regimes in Zuid-Amerika en veroordelingsgeluiden uit konservatief-konfesionele hoek in Nederland." Op 2 mei 1979 riep de PSP-homogroep de gemeenteraad op een plaats aan te wijzen voor een Homomonument. Dit voorstel werd niet met een grote zwaai van tafel geveegd, maar in behandeling genomen. Dat wil niet zeggen dat er geen bezwaren tegen bestonden. Sommigen vonden bijvoorbeeld dat een nationale herdenking prioriteit had en dat er niet op allerlei plaatsen in de stad monumenten voor afzonderlijke groepen oorlogsslachtoffers moesten komen. Na oprichting van de Stichting Homomonument, werd in 1980 een prijsvraag uitgeschreven. De opdracht luidde een nieuw monument te ontwerpen ter herdenking van 'de onderdrukking van homoseksuelen, alsook om toekomstige generaties te inspireren bij hun strijd tegen discriminatie'. De stichting ontving 137 voorstellen. De jury die een keuze uit de ontwerpen moest maken, moest ervoor waken dat het monument een levend monument zou worden, en vooral geen 'zieligheid op een sokkeltje'. In 1981 werd het bekroonde ontwerp van Karin Daan aan de pers gepresenteerd. Bij initiatiefnemer Bob van Schijndel stond, evenals bij de vroegere dromers over een Homomonument uit COC-kring, vooral de herdenking van de homovervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog centraal. Maar al spoedig gingen anderen hun eigen invulling aan de betekenis van het monument geven. Ook binnen de Stichting Homomonument ontstond de opvatting dat de betekenis van het monument veel verder kon rijken dan alleen de herinnering aan het leed van de oorlog. In een interview met Homologie zei bestuurslid Martien Diemer in 1985 over het ontwerp: "Als je midden in het monument zou staan, zou je niet zien wat het precies voorstelt. Pas op enige afstand wordt het grote verband, de drie roze driehoeken, zichtbaar. Wat dat betreft is het een prachtig symbool van de positie van homoseksuelen in deze maatschappij. Als je bijvoorbeeld aan politiemensen vraagt of er ook homo's binnen hun geledingen te vinden zijn, zullen ze dat ontkennen, terwijl ze er, bij wijze van spreken, iedere dag mee omgaan zonder het te beseffen." Toen dit interview in Homologie verscheen, was het monument nog steeds niet gerealiseerd. Want de start mocht dan voortvarend zijn geweest, de financiering bleek heel wat meer voeten in de aarde te hebben. Weliswaar waren er verschillende subsidies toegezegd, maar die bleken niet voldoende om het ontwerp te betalen. Uit diverse regio's in Nederland werden door particulieren giften gedaan. Hieruit blijkt dat het monument niet uitsluitend als een Amsterdamse aangelegenheid werd beschouwd, maar dat de uitstraling al voor de realisering landelijk was. Later zou het Homomonument zelfs internationaal als een belangrijke mijlpaal in de homogeschiedenis worden bijgezet. In zijn studie Pictures and Passions. A History of Homosexuality in the Visual Arts schreef James M. Saslow in 1999 bijvoorbeeld: "De naoorlogse reputatie van Nederland als meest tolerante Westerse land bevestigend, was Amsterdam de eerste stad die een Homomonument oprichtte, in 1987 ontworpen door de Nederlandse kunstenaar Karin Daan." Onthulling Het monument is onthuld op 5 september 1987. Ter gelegenheid van de ingebruikneming van het Homomonument verscheen het boek Het Homomonument , geschreven door Pieter Koenders.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media