Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Amsterdam, Auschwitz-plaquette

De Auschwitz-plaquette in het Montessori College Oost te Amsterdam herinnert aan de slachtoffers van Auschwitz. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in de gaskamers van dit vernietigingskamp bijna zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen om het leven gebracht. Na de machtsovername van Hitler en de nationaal-socialisten in 1933 werd in Duitsland een hele reeks aan anti-joodse maatregelen afgekondigd. Doel van dit steeds omvangrijker wordende systeem was de uitroeiing van joden. Een dieptepunt vormde de 'Reichskristallnacht'. In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in heel Duitsland en Oostenrijk honderden synagogen in brand gestoken en duizenden joodse winkels vernield en geplunderd. 35 joden werden vermoord en circa 30.000 joodse mannen werden gearresteerd en in concentratiekampen opgesloten. Met de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 begon de Tweede Wereldoorlog. Na een groot offensief werden ook Denemarken, Noorwegen, Nederland, België en Frankrijk overmeesterd. In alle bezette landen werd een aaneenschakeling van anti-joodse maatregelen afgekondigd. Ook in Nederland werd onder de Duitse bezetting een einde gemaakt aan de levendige joodse cultuur. Op 22 en 23 februari 1941 vond in Amsterdam de eerste grote razzia plaats, waarbij 427 jonge joodse mannen bij hun gezinnen werden weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein werden gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Zij stierven binnen een jaar aan mishandeling en ontberingen. Vanaf 1 juli 1942 werden ruim 100.000 joden uit heel Nederland naar het Drentse doorgangskamp Westerbork gedeporteerd. Vervolgens werden zij op transport gesteld naar de concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland, Oostenrijk en Polen. In april 1940 besloot de Reichsführer SS en hoofd van de Duitse politie, Heinrich Himmler, in het zuiden van Polen een concentratiekamp in te richten in oude kazernes even buiten het stadje Oswiecim, door de nationaal-socialisten omgedoopt in Auschwitz. Rudolf Höss werd commandant van dit kamp, waar aanvankelijk Poolse tegenstanders van de nationaal-socialisten gevangen werden gezet. Na de Duitse inval in de voormalige Sovjet Unie in juni 1941 begon de volgende fase in het proces van vervolging en isolement van joden: de systematische vernietiging (de 'Endlösung'). Commandant Höss kreeg van Himmler het bevel de massamoord op de joden technisch mogelijk te maken. In september 1941 werd in Auschwitz geëxperimenteerd met het gifgas Zyklon B, waarmee 600 krijgsgevangenen uit de Sovjet Unie en 250 zieke gevangenen werden vermoord. Vanaf 1942 groeide Auschwitz-Birkenau uit tot het grootste vernietigingskamp voor joden. Vanuit alle hoeken van Europa werden mannen, vrouwen en kinderen op transport gesteld naar Auschwitz. Na aankomst vond op het perron de selectie plaats. Veel kinderen en ouderen, zwangere vrouwen en zieken werden met één handgebaar naar de rij gedirigeerd die rechtstreeks naar de gaskamer voerde. Anderen, geselecteerd om te werken, leefden korter of langer in de meest erbarmelijke en vernederende omstandigheden: honger, kou, eindeloze appèls, mishandelingen, executies of ten slotte toch de gaskamer. Halverwege januari 1945 werd de kampleiding van Auschwitz-Birkenau verrast door de komst van het Russische Rode Leger. Het vernietigingskamp werd in allerijl ontruimd. Elke gevangene die nog in staat was te lopen, moest mee naar Duitsland. Meer dan 60.000 gevangenen werden onderworpen aan een barre tocht die wekenlang duurde. Tijdens deze 'dodenmarsen' zijn duizenden door uitputting, honger en kou om het leven gekomen. Wie niet verder kon, werd dikwijls doodgeschoten. Van de ongeveer 8.000 doodzieke en uitgeputte achterblijvers in Auschwitz werd de meerderheid op 27 januari 1945 bevrijd toen het Russische leger het kamp bereikte. Een exact aantal dodelijke slachtoffers van Auschwitz-Birkenau is moeilijk vast te stellen, omdat een onbekend aantal joden zonder enige vorm van registratie direct na aankomst werd vergast. De nationaal-socialisten hebben vanaf de zomer 1944 bewust een groot deel van de minutieus bijgehouden administratie vernietigd. Schattingen over cijfers lopen sterk uiteen. In recente publicaties wordt het aantal op ongeveer anderhalf miljoen geschat, waarvan het merendeel joden. Ongeveer 21.000 zigeuners werden vermoord. In Auschwitz-Birkenau werden bijna 40.000 Nederlandse joden onmiddellijk na aankomst vergast. Na de oorlog keerden van de meer dan 100.000 gedeporteerde Nederlandse joden slechts circa 5.000 mensen terug uit de concentratie- en vernietigingskampen. Van de 245 uit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerde zigeuners bleven er 55 in leven. Na de oorlog is het vernietigingskamp Auschwitz symbool geworden voor de moord op zes miljoen joden. Oprichting De oprichting van de herdenkingsplaat was een initiatief van de leerlingen van het Montessori College Oost die in het kader van een project over rascisme op excursie waren geweest naar het vernietigingskamp Auschwitz. De gebeurtenissen op deze reis hebben dusdanig veel indruk gemaakt op deze jongeren dat zij besloten een monument op te richten. Een tweede reden hiervoor was dat er in de Tweede Wereldoorlog vanaf de plek waar de school staat joodse medeburgers naar concentratiekampen zijn gedeporteerd. Onthulling Het monument is onthuld op woensdag 24 mei 2006 door mevrouw Ruth Wallage, overlevende van het kamp Auschwitz. Bij de onthulling waren afgevaardigden van de Poolse en Duitse ambassade aanwezig.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media