Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Bron delenBron delen

Glimmen, 'Monument Slachtoffers Meistaking 1943'

Het 'Monument Slachtoffers Meistaking 1943' in Glimmen (gemeente Groningen) is opgericht ter nagedachtenis aan de 34 Nederlanders die door de bezetter zijn omgebracht en in dit veengebied werden begraven. De namen van de 34 slachtoffers luiden: Berend Assies, Harm Bakker, Harm Bos, Grietje Dekker, Geert Jan Diertens, Jan Doornbosch, Karst Doornbosch, Jan Eisenga, Dirk Fokkens, Johannes Glas, Albert Hartholt, Andries Hartholt, Dirk Hartholt, Hendrik Hartholt, Gerrit Imbos, Eeuwe de Jong, Eisso Kleefman, Hermanus Kleefman, Cornelis Luinstra, Paulinus Nieuwold, Jan Postema, Friedrich Ludwig van de Riet, Willem Antonie van Rossum, Rienold Terpstra, Egbert Thoma, Berend Trip, Gerrit van der Vaart, Bouke de Vries, Sibbele de Wal, Jelle van der Wier, Steven van der Wier, Uitze van der Wier, Broer de Witte en Jogchum van Zwol. In 1943 werd door 'Wehrmachtsbefehlshaber' generaal F. Christiansen aangekondigd dat 300.000 Nederlandse militairen alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden afgevoerd. Dit nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door Nederland, nog voordat de officiële bekendmaking in de avondbladen van donderdag 29 april 1943 verscheen. Drukkerij Smit aan de Telgen in Hengelo had diezelfde middag het nieuws namelijk al op de ruiten van de drukkerij geplakt, zodat iedere voorbijganger het onheilspellende bericht kon lezen. Als protest tegen deze maatregel brak spontaan overal in Nederland de April-Meistaking uit. De bezetter reageerde furieus. Met goedkeuring van dr. Seyss-Inquart werd het 'Polizei-Standgericht' ingevoerd. Bedrijfsfunctionarissen kregen het bevel om maandag 3 mei 1943 het werk te hervatten. Mensen die geen gehoor gaven aan deze oproep, konden op zware straffen rekenen. In de drie noordelijke provincies werden zestig mensen omgebracht om de wilde staking neer te slaan. Van 34 werd het lichaam meegenomen 'naar een onbekende plek' om de bevolking extra te intimideren. Verschillende ooggetuigen wezen eind 1945 een plek aan in het voormalige militaire oefenterrein de Appèlbergen. Daar werden toen negentien slachtoffers gevonden. Vier jaar later bleek dat er nog meer vermisten in de Appèlbergen begraven moesten liggen. Verschillende zoekpogingen mislukten. Volgens een gedetailleerde reconstructie van de gebeurtenissen in 1943 en 1945 liggen de omgebrachte slachtoffers begraven in het Grote Veen van de Appèlbergen. Deze reconstructie is gemaakt op grond van vele documenten die in verschillende archieven werden bewaard, gecombineerd met studie van omgeving, bodem en geschiedenis. Er zijn vervolgens verschillende onderzoeken gedaan naar de plaats waar de vermisten zouden zijn begraven. In 1991 hebben de Koninklijke Luchtmacht en de Technische Universiteit van Delft met behulp van speciale apparatuur bodemonderzoek gedaan, maar geen sporen van een begraafplaats kunnen ontdekken. Ook tijdens vervolgonderzoek, dat in 2003 mogelijk werd toen delen van het moeras werden drooggelegd, konden de graven evenwel niet worden gevonden. Oprichting De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van Werkgroep Appèlbergen, bestaande uit Truus de Witte (nabestaande), Robert Boxem (historicus) en Peter de Jong (historicus). Omdat het vrijwel zeker is dat de vijftien vermiste slachtoffers in het Grote Veen van de Appèlbergen liggen begraven, hebben de initiatiefnemers besloten het monument daar te plaatsten. Onthulling Het monument is onthuld op 3 mei 2004 door burgemeester A.J. Gerritsen. In een toespraak verwoordde burgemeester A.J. Gerritsen het belang van het monument als volgt: 'Het gaat vandaag niet om het onthullen van een monument. Wat vandaag hier in de Appèlbergen gebeurt, is het geven van namen en (zeker in de herinnering van velen onder ons) het opnieuw zien van gezichten van 34, merendeels willekeurig gekozen slachtoffers van wrede, duistere terreur. Komt er daarmee een einde aan het verhaal van de Appèlbergen? Ik denk het niet. Misschien begint het pas, nu zoveel nabestaanden eindelijk een plaats weten waar de namen van hun dierbaren staan opgeschreven, waar naamloze lichamen uit het verleden een plek krijgen in het heden. Een nabestaande van een van deze 34 slachtoffers schreef mij dat met de onthulling van het monument een gebroken levensspiegel wordt hersteld. Die omschrijving heeft mij getroffen. De gebroken spiegel waarin men zichzelf al die jaren heeft moeten aanschouwen is hersteld. De blik op je herkomst, je geschiedenis wordt ermee verhelderd. Ik spreek de hoop uit dat álle betrokkenen een soortgelijke betekenis vinden op deze plek in het bos.'
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media