Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Demka Staalfabrieken te Utrecht

Geschiedenis van het bedrijf DE IJZERGIETERIJ IN MARTENSHOEK De oorsprong van de Demka Staalfabrieken BV ligt in Martenshoek (gem. Hoogezand, prov. Groningen). Kort na 1850 begon Ewe ten Oever daar een ijzergieterij. In 1882 trad Jan Menzo de Muinck Keizer tot de firma toe en in 1891 werd hij eigenaar. Het bedrijf kreeg later de naam IJzer- en Metaalgieterij J.M. De Muinck Keizer. De Muinck Keizer verkreeg uit Duitsland de licentie van het procédé van reformstaal en het alleenrecht op de productie ervan in Nederland. Daarmee werd in 1902 in Nederland voor het eerst staal gefabriceerd. VERPLAATSING VAN HET BEDRIJF NAAR ZUILEN De gieterij groeide langzaam en na 1911 kon de productiecapaciteit worden uitge-breid. In 1915 werd het bedrijf verplaatst naar de gemeente Zuilen. Daarmee werd een gunstige ligging verkregen ten aanzien van de machinefabrieken en scheeps-werven in Amsterdam en de machine-industrie in Twente. De nieuwe staalfabriek met walserij kwam op een terrein tussen het Merwedekanaal, de Amsterdamsche Straatweg en de spoorlijn Amsterdam-Utrecht te liggen. Een aantal werknemers ver-huisde vanuit Groningen met het bedrijf mee naar Zuilen. Demka heeft een belangrijke rol gehad bij de ontwikkeling van de gemeente Zui-len. In 1913 had zich in Zuilen ook al de firma Werkspoor uit Amsterdam gevestigd. Voor de werknemers van beide fabrieken werden, met steun van de gemeente Utrecht, in het midden van de jaren tien op het grondgebied van de gemeente Zui-len de nieuwe woonwijken Elinkwijk en Zuilen aangelegd. De gemeente Utrecht had de grond gekocht en in erfpacht uitgegeven, en verleende subsidie voor de nieuwbouw. In 1954 zou dit deel van Zuilen worden geannexeerd door de gemeente Utrecht. VAN FAMILIEBEDRIJF NAAR NAAMLOZE VENNOOTSCHAP Om het financieel mogelijk te maken het bedrijf verder te vergroten, werd het fami-liebedrijf in 1917 omgezet in een naamloze vennootschap Nederlandsche Staalgiete-rij v/h J.M. de Muinck Keizer. Twee zoons van Jan Menzo, Alle Sijtse en Menzo de Muinck Keizer, werden tot directeur van de vennootschap benoemd. Hun vader bleef tot 1925 als directeur en tot vlak voor zijn dood in 1932 als gedelegeerd com-missaris nauw bij de onderneming betrokken. In 1920 en 1921 vond er een grootschalige advertentiecampagne plaats voor gie-terijproducten onder het gedeponeerde merk "Demka", afgeleid van de eerste letters van de achternaam van De Muinck Keizer. Al snel stond de fabriek bekend als de Demka. Toch duurde het nog tot 1952 voordat Demka formeel als fabrieksnaam werd gebruikt. MOEILIJKE JAREN In september 1918 werd in IJmuiden de NV Nederlandsche Hoogovens en Staalfa-brieken opgericht. De plannen van Hoogovens voor de bouw van een voorlopig klein staal- en walsbedrijf lieten zich goed combineren met de uitbreidingsplannen van J. M. de Muinck Keizer. In januari 1919 sloot het bedrijf een overeenkomst met Hoogovens, dat daarmee voor een bedrag van drie miljoen gulden de helft van de aandelen van de Nederlandsche Staalgieterij verwierf. Beider productie werd op el-kaar afgestemd, zodat ze elkaar onderling niet beconcurreerden. De naam van het bedrijf wijzigde in NV Nederlandsche Staalfabrieken v/h J.M. de Muinck Keizer. De uitbreidingsplannen van de staalfabriek verliepen niet zonder problemen. In 1921 waren de uitbreidingsplannen feitelijk uitgevoerd, maar door vertraging in de leveringen en de moeilijke economische situatie zou het tot 1923 duren voordat het eerste staal met de Siemens-Martinovens kan worden gegoten. In maart 1922 werd de fijnstraat van de walserij in werking gesteld. Hierop werden in het buitenland aangekochte halffabrikaten tot stafijzer gewalst. De productie bestond in de jaren twintig verder uit staalgietwerk, blokken voor de fabricage van naadloze buizen, smeedblokken en speciaal gietijzer met een laag koolstofgehalte ("lowcar"). De fabriek werd in die jaren uitgebreid met een vormerij en modelmakerij en bestaande gebouwen werden vergroot. De staalovens moesten in 1924 wegens ge-brek aan afzet en sterke buitenlandse concurrentie weer worden stilgelegd. Tot 1937 bleef slechts één Siemens-Martinoven in productie. Ook de walserij stond in de jaren twintig langdurig stil bij gebrek aan orders. UITBREIDING IN DE JAREN DERTIG Na de crisisjaren ging het beter. Het fabricageprogramma werd uitgebreid met spe-ciaalstaal en meer ingewikkelde gietstukken. Contacten met de staalindustrie van Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg leidden tot betere verhoudingen op de Europese markt en de vorming van een internationaal staalkartel gaf nieuwe impul-sen. Er werden plannen ontworpen voor de uitbreiding van de walserij en de bouw van een draadtrekkerij en draadverzinkerij. In het jaarverslag over 1937 wordt ge-meld dat alle afdelingen in vol bedrijf zijn en in 1939 komt het personeelsbestand boven de 1000 mensen. In 1940 werd begonnen met de fabricage van getrokken en geschilde staven bestemd voor automatenstaal. De fabricage werd uitgevoerd door de nieuwe afdeling koudbewerking, die ook getrokken draad produceerde. Er kwam een nieuwe knuppeloven en de productie van staafijzer werd fors uitgebreid. Men ging op zoek naar mogelijkheden tot uitbreiding van het fabrieksterrein. Demka kocht een terrein op industrieterrein Lageweide aan de overzijde van het Merwedekanaal. De plannen voor dit terrein kwamen echter vanwege de oorlog pas eind jaren veertig van de grond. DE OORLOGSJAREN Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de productie door, maar zij bleef voor de Ne-derlandsche Staalfabrieken niet zonder gevolgen. Mei 1941 werd het terrein in Zui-len getroffen door een bominslag en er was veel schade aan de gebouwen. De voor-raden grondstoffen en verschillende machines uit de fabriek werden weggevoerd. Op last van de bezetter werd overgegaan op producten die nodig waren voor de Duitse industrie, zoals spoorwielen en granatenstaal. Gebruikte grondstoffen, productie en het energiegebruik dienden uitgebreid verantwoord te worden aan de door de Duitse autoriteiten ingestelde rijksbureaus. Het bedrijf werd verplicht hoogwaardig staal te leveren aan Duitsland, waarbij het kwalitatief mindere halffabrikaten terugkreeg. De productie viel terug door een gebrek aan grondstoffen en personeel. In sep-tember 1944 werd de stroomlevering aan het bedrijf stopgezet, waardoor de machi-nes helemaal stil kwamen te liggen. In januari 1945 werd de afdeling staalgietwerk getroffen door bommen die bestemd waren voor de spoorbrug over het Merwede-kanaal. UITBREIDING EN MODERNISERING NA DE OORLOG De herstelkosten voor de geleden oorlogsschade werden ruimschoots vergoed en gevorderde machines en grondstoffen konden worden teruggehaald. In het najaar van 1945 stelde de minister van Handel en Nijverheid een "Commissie voor de be-studeering van de uitbreiding van de IJzer- en Staalindustrie" in. In samenwerking met deze commissie werden door de Nederlandsche Staalfabrieken plannen ont-worpen voor de modernisering en uitbreiding van het bedrijf. Het personeelbestand werd aanzienlijk uitgebreid en de productie verhoogd. Er werd veel geïnvesteerd in de ontwikkeling en het onderzoek naar nieuwe producten en fabricagetechnieken. Men maakte studiereizen naar het buitenland, om zich op de hoogte te stellen van nieuwe mogelijkheden op het gebied van fabricage en verwerking van staal. Met De-fensie werden plannen gemaakt voor de oprichting van een perserij voor de fabrica-ge van naadloze buizen en granaten. Het eigen laboratorium ontwikkelde nieuwe materialen en producten en onderzocht nieuwe toepassingsmogelijkheden. Het gedeelte aan de overzijde van het Merwedekanaal (later Amsterdam-Rijnkanaal) - fabrieksterrein Lageweide (Noord) - kon eindelijk worden gebruikt voor uitbreidingen. Op dit terrein kwamen een koudwalserij, een draadtrekkerij en het nieuwe laboratorium. Ook werd er een nieuwe smederij voor edelstaal gebouwd, met ernaast een nieuwe smelterij en een haven. Het oude terrein werd daarna ter-rein Zuilen (Zuid) genoemd. Een voetbrug die langs de zuidkant van de spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal werd aangelegd, verbond de beide terreinen met elkaar. De voornaamste uitbreidingen op het terrein Zuilen waren de capaciteits-vergroting van de beide Siemens-Martinovens van 25 ton naar 60 ton en de bouw van een staaldraadhal en een tweede poetserij voor het staalgietwerk. Het productieprogramma voor staal gaf na de oorlog een verschuiving te zien van de normale handelskwaliteiten naar de bijzondere kwaliteiten, als gevolg van de steeds hogere eisen die afnemers aan de producten stelden. De staalproductie bedroeg in die periode ruim 100.000 ton, het personeel bestond uit circa 2500 per-sonen. Demka maakte vooral staalwerk en staalgietwerk. Het staaldraad vond toe-passing in betonstaal, kettingen, bouten en moeren. Het staalgietwerk bestond on-der andere uit scheepsstevens, turbinehuizen, wielen en pompen. Een groot deel van de door vergroting van de Siemens-Martinovens ontstane productietoename werd afgezet in de vorm van walsblokken aan Hoogovens. In 1952 overleed Menzo De Muinck Keizer. In 1949 was hij reeds om gezondheidsredenen afgetreden als directeur. Bij het 40-jarig jubileum in hetzelfde jaar verkregen de Nederlandse Staalfabrieken het predikaat "Koninklijke". In 1954 werd de naam van het bedrijf officieel gewijzigd in Koninklijke Demka Staalfabrie-ken NV. In 1963 verdween met het overlijden van Alle Sijtse, de jongste zoon van de oprichter, de laatste De Muinck Keizer uit het bedrijf. ORGANISATIE VAN DE FABRIEK Aan het hoofd van de onderneming stond de directie, bestaande uit twee of drie di-recteuren met elk een eigen taakveld. De directie werd gecontroleerd door de Raad van Commissarissen. Deze raad kwam vier keer per jaar bij elkaar om het bedrijfs-beleid en de productiecijfers van Demka met de directie te bespreken. Toen in 1964 Hoogovens complete zeggenschap over Demka kreeg, kwamt er boven de directie van Demka een topbestuurder van Hoogovens te staan. De Raad van Commissaris-sen werd toen opgeheven. In 1970 was er nog even sprake van een Raad van Toe-zicht. De directie van Demka vergaderde regelmatig. De directie en de chefs van de verschillende afdelingen hielden stafbesprekingen waarin alles over de gang van zaken van en rond Demka wordt besproken. Communicatie met het personeel vond plaats in de vorm van werkbesprekingen en bekendmakingen en er is het perso-neelsblad "De Demkabode". Het bedrijf zelf bestond uit productieafdelingen en bedrijfsondersteunende afde-lingen. De bedrijfsondersteunende afdelingen zorgden voor de uitvoering van het personeelsbeleid (sociale zaken), de financiële administratie, inkoop, het technische onderhoud, ontwikkeling en onderzoek, kwaliteitszorg en verkoop en export. De afdeling Planning & Organisatie stelde jaarprogramma's op, met prognoses van de hoeveelheid te produceren staal. Aan de hand hiervan werden weer de planningen gemaakt voor investeringen en benodigd personeel. Demka had een eigen bedrijfs-school waar jongens een vak konden leren. Al tijdens de opleiding draaiden ze mee in de fabriek. De productieafdelingen waren de walserij, staalgietwerk met de smelterij en gie-terij, de vormerij, de poetserij, de bramerij en de perserij en expeditie. Op de smel-terij werd ijzer uit erts en schroot gesmolten en tot staal omgevormd. Staal is een legering bestaande uit ijzer en weinig koolstof. De term staal wordt met name ge-bruikt voor ijzerlegeringen met een laag koolstofgehalte (minder dan 2 procent) of een gehalte aan toevoegingen als chroom, waardoor ze warm vervormd kunnen worden. Hierin onderscheidt staal zich van bijvoorbeeld gietijzer, dat meestal een hoger koolstofgehalte heeft. Het smelten van de erts of het schroot gebeurde in ovens. Schroot is gerecycled metaal. In een convertor werd ruwijzer gereinigd. In de diverse ovens kon je snel en langzaam verhitten, lang en kort. Een kroes-oven was een smeltoven waarin een kroes, die het te smelten metaal bevatte, werd verhit. In een hoogfrequentoven-installatie werd met behulp van wisselstroom met een hoge frequentie een zodanige hitte veroorzaakt, dat in korte tijd smelting op-trad. Siemens-Martinovens werden gestookt met gas of olie. Het gesmolten en daar-door vloeibare staal werd in gietpannen door kranen naar de gieterij of vormerij ge-bracht. Op de gieterij werd het vloeibare staal uit de gietpannen gegoten in blokken of vormen. Blokken werden verder bewerkt in de walserij. In de vormen werden gietstukken gegoten. De vormen werden met zand gemaakt in de vormerij. De poes-terij en de bramerij werkten een gietstuk verder af. Op de poetserij werd het vorm-zand dat nog aan het gietstuk zat verwijderd. Op de bramerij werden overbodige uitsteeksels en vulopeningen weggehaald en werd het gietstuk gladgeslepen. FABRIEK BLERICK In 1948 werd het bedrijf van NV Limburgsche Draadwaren- en Draadvlechtwerkfa-briek te Blerick (Limburg, huidige gemeente Venlo) overgenomen. In de oorlog was dit bedrijf gedeeltelijk verwoest. De herstelwerkzaamheden gingen gepaard met uitbreidingen en moderniseringen van het bedrijf. In de fabriek Blerick werden draadnagels, puntdraad en vierkant- en zeskantvlechtwerk vervaardigd, alsook ge-trokken draad in speciale kwaliteiten voor de fabricage van staaldraad en voorge-spannen beton. De fabriek Blerick heeft altijd goed gedraaid. In 1969 werd het pro-ductiebedrijf afgesplitst van Demka en binnen het concern Hoogovens onderge-bracht in een afzonderlijke NV Nederlandse Draadindustrie (NDI). PERSONEEL Met de groei van het bedrijf, groeide ook het aantal arbeiders en beambten. Vooral na de oorlog werd het werven en behouden van personeel een probleem. De markt voor staalproducten was erg wisselend. Demka had moeite om de productie goed af te stemmen op de behoeften van de klanten. De verouderde machines waren ar-beidsintensief en er was veel personeel nodig. Door het vuile en zware werk was het personeelsverloop bij Demka groot. Er was gebrek aan geschoold personeel door een krappe arbeidsmarkt. Bij de wervingsproblemen speelde ook het probleem van moeilijk te verkrijgen woonruimte. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden tijdelijk Belgische soldaten in dienst ge-nomen. Dit waren uit de interneringskampen in Zeist en Harderwijk afkomstige ge-interneerde militairen die hun gezin uit België mochten laten overkomen indien ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. Dat kon onder andere bij Demka, waar door de mobilisatie de arbeidskrachten schaars waren. De goed geschoolde arbei-ders werden als aparte interneringsgroep onder eigen bewaking gehuisvest op het Demkaterrein. Eind jaren tien en begin jaren twintig werden vanwege het starten van nieuwe, tot dan toe alleen in Duitsland gebruikelijke productiemethoden, ervaren Duitse metaalarbeiders aangetrokken. Na de Tweede Wereldoorlog werden steeds meer werknemers van buiten Utrecht geworven, voornamelijk uit de noordelijke provincies. Midden jaren vijftig kon Demka profiteren van de grote groepen Hongaarse vluchtelingen die werk zochten. Vervolgens ging ze ook echt actief in het buitenland werven. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig werden geschoolde arbeiders uit België en Italië gehaald. Begin jaren zestig startte Demka met de werving in Spanje en Griekenland en in de twee-de helft van de jaren zestig en in de jaren zeventig richtte Demka zich op Turkije. Naast deze belangrijke groepen werkten er in de loop der jaren incidenteel ook Po-len, Luxemburgers, Joegoslaven en Marokkanen. Het was voor de buitenlandse werknemers moeilijk om woonruimte te vinden. Vaak woonden ze in pensions. Demka had zelf een huis aan de Nieuwegracht waar buitenlandse werknemers ook tijdelijk konden worden ondergebracht. De meeste Italianen en Spanjaarden keer-den na verloop van tijd naar Italíe en Spanje terug. Veel van de Turken zijn uitein-delijk gebleven en lieten hun familie over komen. Er golden verschillende arbeidsvoorwaarden voor beambten en arbeiders en bei-de hadden ook een eigen pensioenfonds. In 1968 werden de pensioenfondsen sa-mengevoegd en in 1971 werden de arbeidsvoorwaarden geïntegreerd tot één CAO. Naast het loon voor arbeiders was er een tariefsysteem. Ploegen kregen een per-centage bovenop hun uurloon afhankelijk van hun productie. Door de problemen met personeelswerving stonden de lonen altijd onder druk. Men werkte met toesla-gen voor ploegendiensten en vuil werk, en voor werknemers van buiten Utrecht (noordelingen en buitenlanders) waren er regelingen voor reiskosten en kostgeld-vergoeding. Arbeiders en beambten hadden tot 1956 ook gescheiden personeelsvertegen-woordigingen. In 1927 werd de Fabriekskern (later Fabrieksraad en Fabriekscom-missie) opgericht. Deze bestond uit vertegenwoordigers van werklieden of arbeiders. Het was een orgaan voor overleg en advies over de arbeidsvoorwaarden, voor zover niet vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomst in de metaalindustrie. De toename van het aantal beambten was in 1942 aanleiding tot de oprichting van een Beambtenraad (later Beambtenkern en Beambtencommissie). Vanaf 1971 golden voor arbeiders en beambten dezelfde arbeidsvoorwaarden en bestond er een geza-menlijke Adviescommissie/Adviesraad. In 1956 werd de Ondernemingsraad opgericht. Al snel groeide de Ondernemings-raad uit tot het voornaamste orgaan van de personeelsvertegenwoordiging, maar de fabrieks- en beambtencommissie bleven bestaan. Toen Demka in 1970 nog maar 250 personeelsleden had, werden de commissies opgeheven en bleef de Ondernemings-raad over als enige personeelsvertegenwoordiging. Naast de Ondernemingsraad was er het vakbondswerk. De organisatiegraad onder Demkawerknemers was altijd erg hoog. Behalve pensioenfondsen had Demka ook een aantal sociale fondsen. Uit de ver-schillende fondsen werden uitkeringen gedaan bij ziekte en ongeval of er werden bijdragen gegeven bij bijzondere gezinsomstandigheden. VERKOOP VAN PRODUCTEN De verkoop van producten verliep via verkoopkantoren, en verder via agenten of vertegenwoordigers in het binnenland en buitenland die bemiddelden voor speci-fieke producten of in bepaalde landen. In 1947 werd voor de afzet van gezamenlijke walsproducten samen met Hoogovens het Verkoopkantoor Walserijproducten Hoogovens-Demka opgericht. Vanaf de jaren zestig richtte Demka zich op de pro-ductie van speciaalstaal en trok het bedrijf zich terug uit het verkoopkantoor voor walsproducten. Vanuit Demka werden intensieve reizen gemaakt naar het buitenland ter ver-kenning van de exportmogelijkheden en het leggen van contacten daarvoor. In Rot-terdam werd in 1955 een edelstaalmagazijn opgericht, teneinde snel te kunnen le-veren. Via beurzen, advertenties en folders werd de naamsbekendheid en verkoop van Demkaproducten bevorderd. Persoonlijke netwerken vormden een belangrijk verkoopmiddel. SAMENWERKING EN OVERLEG Zowel binnen Nederland als internationaal werkte Demka intensief samen met an-dere staal- en draadfabrikanten. Demka werd actief vertegenwoordigd in de diverse verenigingen en stichtingen in de metaalbranche en op handelsgebied, zoals de Al-gemeene Vereeniging van Nederlandsche IJzergieterijen (AVNIJ). Directeur A.S. de Muinck Keizer en andere directeuren van Demka maakten deel uit van invloedrijke commissies die zich bezighielden met belangenbehartiging en onderzoek in de staalindustrie. Ook binnen Utrecht zijn de De Muinck Keizers actief, onder andere door het voorzitterschap van de afdeling Utrecht van de Metaalbond en het be-stuurslidmaatschap van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Utrecht. De samenwerking met andere staalproducenten had betrekking op zowel de in-koop van schroot en andere grondstoffen, als op het maken van afspraken over prij-zen en over verdeling van de markt. Er werd bijvoorbeeld deelgenomen aan het overleg tussen vertegenwoordigers van de Nederlandse staalindustrie en de fabrieks-leveranciers van geslagen schroot. Demka nam deel aan de bedrijfsregeling van de Samenwerkende Nederlandsche Draadindustrie (Sanedra) waarbij de aangesloten fabrikanten quota voor de binnenlandse markt voor draadproducten afspraken. Demka was ook aangesloten bij een prijsregeling tussen producenten van speciaal-staal in een aantal Europese landen. I In 1952 werd in Luxemburg de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. De EGKS had als belangrijkste doel het regule-ren van de productie en afzet van kolen, erts, schroot en staal over de landsgrenzen heen. Begin 1953 werd een gemeenschappelijke markt voor kolen en erts ingesteld, in datzelfde jaar gevolgd door gemeenschappelijke markten voor schroot en staal. Tegelijkertijd werden voor de kolen en schroot door de Hoge Autoriteit maximum prijzen vastgesteld. Later kwamen er ook prijsregelingen voor speciaal staal. Een deel van de Demka-producten (walserijproducten en staalblokken) viel daarna onder de regels van de EGKS. Met de Amerikaanse bedrijven Crucible Steel International SA en The Carpenter Steel Company sloot Demka rond 1960 overeenkomsten op het gebied van samen-werking en uitwisseling van kennis op technisch en commercieel gebied. REORGANISATIE EN AFSLANKING Eind jaren vijftig kreeg de fabriek te maken met stijgende loonkosten en sterk op-lopende prijzen voor grondstoffen en schroot. De winstmarges, met name die op walserijproducten, daalden. Daarom wilde men de productie van blanke staven en automatenstaal flink op gaan voeren. In 1960 werd besloten tot een algehele mo-dernisering van de staaf- en draadwalserij en tot de bouw van een zogenaamde handwalserij. Hoogovens steunde de plannen financieel. De loonkosten bleven stijgen, er waren moeilijkheden in de vernieuwde staaf- en draadwalserij en de afdeling koudbewerking kreeg te weinig orders. Het ging niet goed met Demka en de tegenvallende resultaten van het bedrijf waren in 1964 aanleiding voor de directie van Hoogovens om Demka geheel over te nemen. Hoogovens bezat de helft van de aandelen van Demka. De resterende 50 procent Demka-aandelen werden door de aandeelhouders omgewisseld in niet royeerbare certificaten van gewone aandelen van Hoogovens. Hoogovens wilde met de totale overname Demka verdergaand reorganiseren en onderlinge concurrentie tegengaan, omdat Hoogovens eerder dat jaar ook begonnen was met de productie van staaf- en draadproducten. Demka kwam onder het bestuur van een topfunctionaris van Hoogovens en het bedrijf moest zich gaan richten op het produceren en walsen van voornamelijk hoogwaardig kwaliteits- en speciaalstaal in de vorm van staven en draad, met daar-aan annex een afdeling koudbewerking en een smederij. Daarnaast bleef Demka zich bezighouden met de vervaardiging van smeedblokken en staalgietwerk. De modernisering van de walserij en de herstructurering van het bedrijf hadden niet het gewenste resultaat. Demka leed flinke verliezen. Hoogovens voerde daarom in 1966 een forse reorganisatie door, waarbij alle activiteiten op het gebied van spe-ciaalstaal werden beëindigd. Dat betekende dat de afdelingen smederij, smelterij-noord, walserij-noord, de blokwals en een groot gedeelte van de afdeling koudbe-werking werden gesloten. Het betekende ook het einde van maar liefst 1150 van de 2000 arbeidsplaatsen. De belangrijkste afdeling van Demka was daarna de snelbaan die nog in 1962 was gemoderniseerd en als loonwalserij voor Hoogovens ging wer-ken. Het bedrijf werd volgens het Hoogovens-model in 1973 omgezet in een besloten vennootschap en verloor daarmee het predicaat Koninklijke. De naam van het be-drijf is dan voortaan Demka Staalfabrieken BV. NV STAALGIETWERK SMDK Ondanks de maatregelen in de jaren zestig bleef de afdeling staalgietwerk verliesge-vend. Men besloot in 1970 om deze afdeling af te splitsen van Demka en samen te laten gaan met het Franse bedrijf Sambre et Meuse. De gieterij met de smelterij en de machinewerkplaats werden ondergebracht in een apart bedrijf onder de naam NV Staalgietwerk SMDK. Sambre et Meuse verkreeg een meerderheidsbelang van 51 procent en Hoogovens had de rest van de aandelen in handen. SMDK heeft niet lang bestaan, in 1977 sloot het bedrijf na aanhoudende verliezen en grote problemen op milieugebied. STAALMAT BV Hoogovens richtte in 1969 een dochteronderneming op onder de naam Staalmat BV. Het bedrijf vervaardigde producten uit betonstaal. De productie vond plaats in een vrijgekomen fabrieksgebouw op het terrein Lageweide, dat van Demka werd ge-huurd. Vanwege de nabijheid van Demka werd tussen beide bedrijven een sociale eenheid gevormd. In 1980 werd de productie van Staalmat BV overgebracht naar Thibodraad BV te Beek en Donk (Brabant) en het bedrijf op het Demkaterrein opge-heven. SLUITING De organisatie van Demka werd helemaal omgegooid. Bestond het personeelsbe-stand in 1966 nog uit 2000 man, in 1970 had Demka nog maar 250 personeelsleden in dienst. Het sterk afgeslankte Demka bleef problemen houden. De personeelssitu-atie bleef gespannen en het verloop onder het personeel was hoog. De bedrijfsinstal-laties waren sterk verouderd. Bovendien heerste er sinds 1975 een staalcrisis op de Europese markt door een forse overproductie. Vanuit Brussel stelde de EEG voor-waarden aan de steunverlening van overheden aan de staalindustrie. Te verlenen steun werd gekoppeld aan een verplichting tot herstructurering, die gepaard moest gaan met een vermindering van de capaciteit en een verbetering van de rentabili-teit. De Europese Commissie wilde de capaciteitsvermindering vooral laten drukken op bedrijven die verouderde installaties hadden of grote verliezen leden. Dit alles deed Hoogovens in 1983 besluiten om tegen een overheidsvergoeding van 1,25 mil-jard gulden, de technisch verouderde en structureel verliesgevende walserij van Demka te sluiten. De Ondernemingsraad en het vakbondskader binnen Demka voerden hevig actie tegen de sluiting en er volgde een roerige periode. Het mocht niet baten. Op 1 november 1983 sloot Demka definitief en in de zes weken daarna werd het bedrijf ontmanteld.
Lijst van opeenvolgende namen van het bedrijf IJzer- en Metaalgieterij J. M. de Muinck Keizer, 1902 Nederlandsche Staalgietereij J. M. de Muinck Keizer, 1915 NV Nederlandsche Staalgieterij v/h J. M. de Muinck Keizer, 1917 NV Nederlandsche Staalfabrieken v/h J. M. de Muinck Keizer, 1919 NV Koninklijke Nederlandsche Staalfabrieken v/h J. M. de Muinck Kei-zer , 1952 Koninklijke Demka Staalfabrieken NV, 1954 Demka Staalfabrieken BV, 1973 Estel Demka BV, 1980 Demka BV, 1982
Verantwoording van de inventarisatie Het archief is in 2007-2008 bewerkt door Wilma Koolen en Ingrid Kolen van Archiefburo Voorzee BV. Zij troffen het archief aan geborgen in archiefdozen, grote dozen en verhuisdozen. De correspondentieseries van de directeuren waren geordend volgens een eigen rubriekencode, waarbij op jaar onderwerpsomslagen worden aangemaakt. Van de serie registers en van de inhoud van de grote dozen waren plaatsingslijsten voorhanden, welke echter niet geheel overeenkwamen met de inhoud. Van een deel van het archief was geen enkele toegang voorhanden. Bij de definitieve inventarisatie is de oorspronkelijke ordening, voor zover men daar van kan spreken, verlaten en is gekozen voor een meer logische, op het bewaararchief afgestemde ordening. In samenspraak met Het Utrechts Archief is gekozen voor een archiefschema voor bedrijfsarchieven, dat is aangepast aan de onderwerpen die in het Demka-archief voorkomen. Het archief van Demka Staalfabrieken BV vangt aan in 1902. In dat jaar wordt begonnen met de productie van staal in het bedrijf van J. M. de Muinck Keizer in Martenshoek. Het archief eindigt in 1983 met de sluiting van Demka. In het archief is een splitsing aangebracht in het jaar 1917. In 1917 werd het familiebedrijf omge-zet in een vennootschap. Er is een apart hoofdstuk gereserveerd voor documentatie in de vorm van foto's, films en objecten. Een aantal foto's en films, als ook ingebonden exemplaren van de "Demka Bode”, het personeelsblad van Demka, zijn een langdurige bruikleen van Corus (rechtsopvolger van Hoogovens). Het gaat om de inventarisnummers 1577-1581, 1941-2001 en 2020-2023. Tot het Demka-archief behoren tevens een aantal gedeponeerde archieven, welke nauw gerelateerd zijn aan Demka Staalfabrieken BV en/of waarvan het secretariaat bij Demka berustte. Het gaat om de stukken betreffende of afkomstig van J.M. de Muinck Keizer en verwanten, en de archieven van sociale fondsen, pensioenfondsen en verenigingen voor het personeel. Tot de gedeponeerde archieven behoren ook de archiefjes van twee exploitatiemaatschappijen op het gebied van onroerend goed en het secretariaatsarchief van de Metaalbond, werkgeversvakbond in de metaalnijverheid afdeling Utrecht. De omvang het archief was oorspronkelijk 163 strekkende meters. Daar kwam 2 m¹ bij aan in bewaring gegeven documentatie van Corus (rechtsopvolger Hoog-ovens). Het van oorsprong aparte archiefje met stukken betreffende of afkomstig van J.M. de Muinck Keizer en verwanten, met een omvang van 0,6 m¹, is in samen-hang met het bedrijfsarchief geïnventariseerd. Na schoning en inventarisatie be-draagt de omvang van het archief 74 m¹. Uit het Demka-archief is 90 m¹ voor vernietiging geselecteerd. Bij de selectie op vernietiging is gebruik gemaakt van de bewaarlijst voor bedrijfsarchieven Bewaar-termijnen in een Bedrijfsarchief (1998). Waar mogelijk is op categorieniveau geselec-teerd. Daarnaast bevatte het archief erg veel dubbelen, concepten en kladstukken, die ten dele op stuksniveau zijn geschoond. De uiterlijke vorm is bijna altijd een omslag. Als dit het geval is staat de uiterlijke vorm niet vermeld. In alle andere gevallen is deze wel expliciet aangegeven. Het merendeel van de delen is van groot formaat. Stukken jonger dan 50 jaar zijn niet openbaar. Om redenen van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer geldt een extra openbaarheidsbeperking voor inv.nr. 1451 tot het jaar 2019, voor inv.nr. 1519a tot het jaar 2046 en voor inv.nrs. 2098 en 2099 tot het jaar 2037. Ontheffing van deze openbaarheidsbeperkingen kan alleen worden gegeven na voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeentearchi-varis. Tevens geldt er een openbaringsbeperking voor de inv.nrs. 266, 304-317 en 429-443: ingeval van publicatie van de inhoud van deze nummers en over het beleid van Hoogovens in het algemeen, dient vooraf toestemming te worden gevraagd aan de afdeling Public Relations van Corus. Deze inventaris is mede mogelijk gemaakt met een geldelijke bijdrage uit het pro-gramma Vrede van Utrecht, een gezamenlijk initiatief van gemeente en provincie Utrecht. Utrecht, 2008 Floortje Tuinstra
Demka Staalfabrieken te Utrecht
Lijst van directeuren J.M. De Muinck Keizer, 1916-1925 (gedelegeerd commissaris tot 1932) M. De Muinck Keizer, 1916-1948 A.S. De Muinck Keizer, 1916-1957 (commissaris tot 1963) Ir. E. D. Cartier van Dissel, 1948-1963 Ir. I. Dufour, 1956-1967 Drs. G. van de Plassche, 1962-1968 Ir. P.W.A. Lanzing, 1963-1968 geen directeur (rechtstreeks onder Hoogovens), 1969-1973 Ir. J. Montauban van Swijndregt, 1974 Ir. K. W. Beyen, 1975-1982 J. Mink, 1979-1980 Ir. W. J. Lugard , 1982-1983
Organisatieschema Koninklijke Demka Staalfabrieken tot 1965
Lijst van voornaamste producten - Walsblokken (tot 1964, voor verdere bewerking door Hoogovens) - Smeedblokken (voor verdere bewerking in de smederij) - Staalgietwerk (tot 1970, o.a. scheepsstevens, turbinehuizen, wielen, pompen) - Staafijzer (voor automatenstaal en staaldraad) - Speciaalstaal - Staaldraad (voor betonstaal, kettingen, bouten, moeren, draadnagels) - Naadloze buizen
Lotgevallen van het archief Het nagenoeg complete bedrijfsarchief van Demka werd na de sluiting naar Hoogovens in IJmuiden gebracht. In 1992 werd het archief door Hoogovens geschonken aan de Gemeentelijke Archiefdienst Utrecht, in 2008 gevolgd door de langdurige bruikleen door Corus aan Het Utrechts Archief van een aantal films, foto’s en personeelsbladen. Via de Universiteitsbibliotheek Utrecht had de Gemeentelijke Archiefdienst al in 1980 het archiefje van J.M. de Muinck Keizer en verwanten in ei-gendom verworven. In 1996 schonk de heer P.J. van der Maat een kleine hoeveel-heid documentatiemateriaal dat ook in deze inventaris is geïntegreerd. Met financiële steun van het programma Vrede van Utrecht heeft Het Utrechts Ar-chief in 2008 alle archiefbestanddelen laten inventariseren door archiefburo Voorzee.
Datum
1 januari 1902 - 1 januari 1983
Type
  • Archief
Collectie
  • Archieven Utrecht
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media