Franciscus Jacobus Kraan is op 29 augustus 1897 in Utrecht geboren. Hij is luitenant-ter-zee der 3e klasse van speciale diensten der Koninklijke Marine Reserve en bedrijfsleider bij de Koninklijke Springstoffenfabriek De Krijgsman (de 'Kruitfabriek') in Muiden. Hij trouwt in 1921 met Willemina Gerdina van Zoelen, met wie hij op het terrein van de fabriek woont. De Duitsers nemen de fabriek over, waarna de werknemers kruit voor de bezetters moeten maken, totdat het verzet het terrein van de fabriek onder water zet. Co Kraan wil niet voor de Duitsers werken en saboteert de productie. Als dat wordt ontdekt besluit hij via België, Frankrijk en Spanje naar Engeland te gaan. Zijn moeder en zusje Jeanne brengen hem op 6 februari 1942 naar het station in Utrecht en nemen daar afscheid van hem. Het sneeuwt en er is een ongeluk op het spoor gebeurd waardoor de trein naar Bergen op Zoom 90 minuten vertraging heeft. Samen met een officier-waarnemer – ook lotgenoot - besluit hij in een hotel te overnachten. Samen gaan ze de volgende ochtend naar het grensplaatsje Putte, waar ze hulp krijgen van het echtpaar Job en Betty van Niftrik. De douaniers laten hen gaan, omdat ze beweren werk te zoeken en op weg te zijn naar de bakelietfabriek in Putte. Geholpen door Job en Betty van Niftrik gaan ze daar de grens over. Eenmaal in België nemen ze de trein naar Antwerpen, waar ze de eerste dagen bij de familie Desquin (voormalige buren van Job en Betty) onderduiken. Op 22 februari nemen ze een vroege trein naar Brussel en dan naar Nancy. Ze spreken geen Frans, dus ze zwijgen onderweg. Om 18:00 uur komen ze in Nancy aan, waar hun gids een hotel voor hen zoekt. Na een slechte nacht nemen ze de trein van 07:15 uur naar Belfort. Daar proberen ze een lunch te bestellen, maar zonder bonnen lukt dat niet. Een gast van het restaurant trakteert hen! De gids gaat terug en wordt vervangen door zijn moeder. Om 14:00 uur nemen ze de trein naar Montbeliard, en na een wachttijd van 4 uren kunnen ze met de bus naar Herimoncourt. De nieuwe gids wordt daar vervangen door iemand die eruit ziet als een smokkelaar. Deze raadt hen aan op de duisternis te wachten alvorens naar de Zwitserse grens te gaan. In Genève meldt Kraan zich bij de consul, die zijn naam aan 'Londen' doorgeeft. Londen antwoordt dat ze hem niet nodig hebben, tot woede van Kraan. Hij schrijft een pleidooi aan de minister van Oorlog hetgeen door de consul ondersteund wordt met een bericht aan de minister van Buitenlandse Zaken. De minister van Oorlog antwoordt dat hij Kraan te oud vindt, maar daar neemt de minister van Buitenlandse Zaken geen genoegen mee. Intussen probeert Kraan zijn reispapieren te regelen: een doorreisvisum voor Frankrijk en Spanje. Op 29 juni 1942 viert hij de verjaardag van prins Bernhard met 26 genodigden in Hotel Beau Rivage, waar een marinier voor een mooie rijsttafel heeft gezorgd. Op 21 juli krijgt hij bericht dat het Spaanse visum geregeld is en dat hij 15 augustus mag vertrekken. Hij heeft dus tijd om wat meer van Zwitserland te zien. Helaas blijkt de Spaanse consul een vergissing te hebben gemaakt en wordt het visum geannuleerd. Kraan is uiteindelijk pas op 15 oktober 1943 met medewerking van de militaire attaché te Bern - generaal-majoor A.G. van Tricht - illegaal uit Zwitserland vertrokken. Samen met Willem Klaver, Sam Ritmeester, Jacob Lathouwers, Cor van Bemmel en Lodewijk Röpcke wordt hij door de Zwitserse politie naar de grens bij St. Julien gebracht, allen in het bezit van valse cartes d’identitées en werkkaarten. In St. Julien nemen ze de bus naar Annecy en op 16 oktober 1943 vertrekken ze per trein naar Lyon om door te reizen naar Toulouse, waar ze op 17 oktober aankomen. Als ze daarna met de trein in Foix aankomen, ontmoeten ze nog een groep Engelandvaarders, w.o. de echtparen Pellikaan en Hertzberger. Twee passeurs zullen de groep over de Pyreneeën loodsen. Via Tarascon komt de groep op 19 oktober 1943 in Ordino in Andorra aan. De groep blijft nog enkele weken bij elkaar. Op 21 januari 1944 kan Kraan eindelijk naar Madrid en op 31 januari gaat hij via Villa Real de San Antonio in Portugal naar Gibraltar. Op 10 februari mag hij met de onderzeeboot Hr. Ms 021 naar Groot-Brittannië. Op 20 februari zet hij voet aan wal in Dundee (Schotland). Op verzoek van het hoofd van de afdeling Materieel der Koninklijke Marine wordt hij te werk gesteld bij de afdeling bewapening om Nederlandstalige beschrijvingen van handwapens te maken. Tientallen jaren later blijkt dat Prins Bernhard in 1944 aan Londen heeft laten weten dat Kraan met spoed over moest komen naar bevrijd gebied om aan de stoottroepen instructie te geven over moderne wapens en springstoffen. Op 31 december 1948 krijgt hij eervol ontslag. Na zijn pensionering is Kraan nog een poosje magazijnbeheerder bij garage Koudijs. Hij heeft ook nog een tijdje privé samengewerkt met 'springmeester' Wim van ’t Hof. Samen hebben zij diverse zeer moeilijke opblaasklusjes geklaard. Co overlijdt op 27 januari 1977.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders