Cornelis Snijders is op 8 april 1906 in Dordrecht geboren als zoon van Cornelis Snijders en Willempje Snijders-Dekker en broer van Willem Snijders. Na de lagere school gaat hij varen. Hij trouwt met Cornelia Fransen en krijgt voor de oorlog 3 zonen: Cor, Steef en Wim. Ze wonen in de Westbuëlstraat in Rotterdam-Charlois. In 1947 volgt hun echtscheiding. Kees is in 1940 bemanningslid op de Groningse kustvaarder Libelle. Deze ligt in Den Helder met een lading voor Selby (GB). Ze varen echter naar Amsterdam en daar wordt het schip door de Duitsers gevorderd. Na twee weken mag de bemanning pas van boord. Kees monstert daarna aan op het ss Borussia, dat op de Rijn vaart, en later als 3de machinist op het Duitse koopvaardijschip Emile Sauber. Hiermee vaart hij zelfs naar Reval en Leningrad. In Helsinki kan hij drossen, waarna hij drie weken gevangen wordt gehouden. Op 23 juni 1941 bereikt hij Stockholm, waar hij asiel aanvraagt. Omdat het vertrek naar Engeland lang op zich laat wachten, zoekt hij naar een andere manier om zijn doel te bereiken en vraagt hij een visum aan voor Iran. Tenslotte vliegt hij met Pieter Meerman op 14 februari 1942 naar Engeland en neemt hij als stoker/olieman 1ste klas dienst bij de Koninklijke Marine. Het Nederlandse consulaat stuurt via het Rode Kruis een bericht aan Carla dat de broers in Engeland zijn aangekomen. Op verzoek van de consul, A.M. de Jong, doet hij in Londen uitgebreid verslag van de toestand van de Nederlandse vluchtelingen in Zweden. Kees wordt gedetacheerd op de Hr. Ms. Oranje Nassau in Holyhead en na twee maanden overgeplaatst naar de torpedobootjager Hr.Ms. Tjerk Hiddes in Clyde. Daarmee gaat hij via Oost-Afrika naar Australië, waar ze vanaf 4 december 1942 Nederlandse en Australische militairen en Portugese burgers uit Timor evacueren. o.l.v. LTZ 1 Willem Jan Kruys. Op 4 mei 1943 vraagt hij overplaatsing aan naar de koopvaardij of onderzeedienst, maar wordt overgeplaatst naar de Hr.MS. Abraham Crijnssen. In oktober 1944 wordt hij naar Sydney overgeplaatst, waar hij op de Hr.Ms. PMB 33 (Motor Patrouille Boat) dient, die ter beschikking is gesteld van de NEFIS. Hij komt in 1945 behouden in Nederland aan, evenals zijn jongere broer Willem die ook via Zweden naar Engeland is uitgeweken. Kees heeft voor zijn vader een fiets met rubberen banden meegenomen. Kees wordt op 10 december 1945 gelegerd op de Alexanderkazerne in Den Haag en gaat op 1 december 1946 met groot verlof, gaat aan de wal werken en wordt typograaf. Hij hertrouwt in oktober 1947 met Gerarda 'Gé' van Gog (1923-1991) waarmee hij in 1951 nog een zoon krijgt, Piet. Het gezin woont dan aan de Tolhuislaan 29. Piet verongelukt in 1985 in Turkije en laat twee kinderen na. Kees overlijdt op 14 februari 1977 in Rotterdam aan longkanker ten gevolge van het werken met asbest.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders