Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud
Joodsche Raad voor Amsterdam 08 februari 2022 8 minuten leestijd

Werken voor de Joodsche Raad: het verhaal van Mirjam Levie

Als de Duitsers in mei 1940 Nederland bezetten, komt dat voor veel inwoners als een verrassing. Dit geldt ook voor Mirjam Levie. Haar verloofde, Leo Bolle, bevindt zich op dat moment in Palestina. Omdat haar visum te lang op zich laat wachten kan Mirjam hem niet achterna reizen. In de 6,5 jaar die volgen leiden Mirjam Levie en Leo Bolle gescheiden levens. Om haar verloofde na de oorlog te kunnen vertellen over wat ze heeft meegemaakt, schrijft Mirjam hem brieven. Vanwege de bezetting worden deze nooit verzonden.

Laurien Vastenhout
Deel dit artikel
mirjam levie
mirjam levie
Verschillende bronnen over Mirjam Levie, terugkomend in het artikel 'Werken voor de Joodsche Raad: het verhaal van Mirjam Levie'. Oorlogsbronnen.nl

De Joodsche Raad in Nederland

Mirjam was secretaresse bij de Joodsche Raad voor Amsterdam (JR), die op 13 februari 1941 op last van de Duitse bezetter is opgericht. De bevoegdheden van de JR strekken zich na een half jaar uit over het hele land. Met ruim tweehonderd afdelingen, onderafdelingen en commissies proberen werknemers van de Raad Joden in Nederland te ondersteunen. De brieven van Mirjam aan haar verloofde laten zien hoe het was om voor de JR te werken.

Organisatie
Joodsche Raad voor Amsterdam
De Joodsche Raad voor Amsterdam werd in februari 1941 opgericht na een aantal gesprekken met de Beauftragter des Reichskommissars für die Stadt Amsterdam, Hans Böhmcker. De Joodsche Raad, onder voorzitterschap van Abraham Asscher en David Cohen, vertegenwoordigde de Nederlandse joodse gemeenschap bij de Duitse en de Nederlandse overheid. Verder was de Raad belast met een deel van de uitvoering van de maatregelen ten aanzien van Joden die door de Duitse autoriteiten werden afgekondigd.
Meer over Joodsche Raad voor Amsterdam
“[E]r was al zo vaak spanning geweest dat ik dacht: Misschien duurt het nog wel een tijdje. Ik was toen nog zo stom dat het nooit bij me opgekomen is dat ooit van jou afgesneden zou kunnen worden.”
Mirjam Levie
Mens
Mirjam Levie
Mirjam Bolle-Levie (Amsterdam, 20 maart 1917 - heden) was de secretaresse van David Cohen bij de Joodsche Raad. Ze werd op 20 juni 1943 opgepakt in Amsterdam en naar Kamp Westerbork gebracht. Vanuit hier werd ze gedeporteerd naar Kamp Bergen-Belsen. Omdat ze een visum voor Palestina had werd ze vrijgelaten en uitgewisseld. Zo wist ze te overleven. Bron: WO2 Biografieën Netwerk Oorlogsbronnen.
Meer over Mirjam Levie

Secretaresse van de Joodsche Raad

Als secretaresse van de Joodsche Raad bevond Mirjam Levie zich in een unieke positie. Vanwege haar baan is ze in eerste instantie gevrijwaard van deportatie (gesperrt). Tegelijkertijd raken de anti-Joodse maatregelen ook haarzelf en haar familie. In haar brieven wisselen uitvoerige beschouwingen van impact van de maatregelen op de Joodse gemeenschap zich af met emotionele passages.

De tijdelijke vrijstelling die een baan bij de JR verschaft biedt enige zekerheid in een periode waarin alles onzeker is. In juli 1942, als de grootschalige deportaties vanuit Nederland naar Oost-Europa beginnen, beschrijft Mirjam Levie hoe politie te paard voor ieder JR bureau staat ‘om de mensen in bedwang te houden die om een baantje, dus om hun leven, vochten’.

Thema
Vrijstellingen
(Voorlopige) Vrijstelling van deportatie naar de (vernietigings)kampen. De vrijstelling werd 'sperrung' genoemd. De procedure was dat er een speciaal stempel verkregen moest worden bij de Raad: een zogeheten ”Sperr-stempel”, dat naast het al bestaande Jodenstempel geplaatst werd in het persoonsbewijs. De stempels gaven recht op vrijstelling 'bis auf weiteres' (tot nader order): geen garantie dus, maar tijdwinst werd als belangrijk gezien met het oog op het idee dat de bevrijding snel zou komen. De sperren van de Joodse Raad werden van levensbelang, want vluchten was bijna niet meer mogelijk.
Meer over Vrijstellingen
Levie
Levie
Portret Mirjam Levie.Oorlogsbronnen.nl | NIOD

Hollandsche Schouwburg

Het werk voor de JR veranderde naarmate de bezetting vorderde. Naast administratieve taken hielp Mirjam Levie ook mee in de Hollandsche Schouwburg, waar Joden verzameld werden voordat ze werden doorgevoerd naar kamp Westerbork. Ze pakte rugzakken in van personen die op transport gesteld werden. Ook schreef ze rekesten voor Joden die waren opgepakt maar voorlopig waren vrijgesteld, bijvoorbeeld om dat ze voor de JR werkten of gemengd gehuwd waren.

Kamp
Hollandsche Schouwburg
De Hollandsche Schouwburg is een voormalig theatergebouw aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam dat vanaf juli 1942 tot 1943 gebruikt werd als verzamelplaats voor de Joden die gedeporteerd werden naar Westerbork of naar Vught. Aan de overkant van de straat was de crèche, waar jonge kinderen werden ondergebracht, en van waaruit honderden kinderen werden gered. Tegenwoordig is de Hollandsche Schouwburg een monument.
Meer over Hollandsche Schouwburg
gids van de Joodsche Raad
gids van de Joodsche Raad
Pagina uit de Gids van de Joodsche Raad. NIOD | Gids van den Joodschen Raad voor Amsterdam
mirjam bolle en eitje
mirjam bolle en eitje
R.H. Eitje en secretaresse Mirjam Levie. Eitje was vanaf 1943 hoofd van de 'bijstand aan niet-Nederlandse joden'.Oorlogsbronnen.nl | NIOD

Honderden afdelingen

Het werk van de departementen van de JR strekt zich uit van ‘hulp aan vertrekkenden’ tot de groentedistributie en van fabricatie van stromatrassen tot aan zuigelingenzorg. De JR krijgt een steeds belangrijker aandeel in het leven van Joden in Nederland. Tegelijkertijd neemt de druk vanuit Duitse instanties op de voorzitters van de Raad – Abraham Asscher en David Cohen – om het Duitse anti-Joodse beleid uit te voeren steeds verder toe.

Thema
Centraal Bureau afdeling Hulp aan Vertrekkenden Joodsche Raad
In augustus 1942 werd het Centraal Bureau van de afdeling Hulp aan Vertrekkenden bij de Joodsche Raad ingesteld. Er werkten meer dan 400 mensen die zelf uitstel van deportatie kregen. De afdeling verstrekte aan Joden die naar Vught, Westerbork of direct naar het oosten moesten adviezen over bagage en verschafte hulp bij de voorbereiding van vertrek. Achterblijvenden werd eerste zorg geboden zoals maatschappelijk werk, blindenzorg, buitenschoolse jeugdzorg. Er was een onderafdeling voor zakelijke belangen. Het Centraal Bureau zat aan de Lijnbaansgracht 366 in Amsterdam en stond onder leiding van mevrouw G. van Tijn. In andere stadsdelen zaten districtsbureaus.
Meer over Centraal Bureau afdeling Hulp aan Vertrekkenden Joodsche Raad
groentendistributie JR
groentendistributie JR
De afdeling Groentedistributie in gebouw Diligentia aan het Waterlooplein 109.Oorlogsbronnen.nl | NIOD

Tewerkstelling in het Oosten

Zo beveelt Hauptsturmführer Ferdinand aus der Fünten op 26 juni 1942 dat de voorzitters moeten helpen in het organiseren van de verplichte tewerkstelling van Joden in ‘het Oosten’. De dreiging van vergeldingsmaatregelen in het geval zij niet mee zouden werken, is altijd aanwezig. Uiteindelijk besluiten Asscher en Cohen hun medewerking toe te zeggen. De oproepen voor ‘tewerkstelling in het Oosten’ luiden een nieuwe fase in de vervolging van de Joden in Nederland, die ook zijn weerslag heeft op de werknemers van de JR. Mirjam schrijft hoe algemeen secretaris Max Bolle met een spierwit gezicht uit de vergadering van de Raad komt, en aankondigt dat er ‘arbeidsdienst’ komt. Niet veel later werkt ze op het hoofdkantoor, Nieuwe Keizersgracht 58, mee aan het opstellen van de oproepen.

Mens
Ferdinand Hugo aus der Fünten
Ferdinand aus der Fünten (Mülheim an der Ruhr, 17 december 1909 – Duisburg, 19 april 1989) was een veroordeelde Duitse oorlogsmisdadiger. Hij gaf feitelijk leiding aan de deportatie van tienduizenden Joden, met name vanuit Amsterdam. Aus der Fünten zat een levenslange gevangenisstraf uit voor oorlogsmisdaden en werd in januari 1989 vrijgelaten. Bron: WO2 Biografieën Netwerk Oorlogsbronnen.
Meer over Ferdinand Hugo aus der Fünten
arolsen kaart mirjam levie
arolsen kaart mirjam levie
Joodsche Raad kaart van Mirjam Levie. Arolsen Archives | Mirjam Sophie Levie

Handlangers van de Duitsers

Mirjam beschrijft hoe de Joodsche Raad steeds meer als ‘handlanger van de Duitsers’ werd gezien, maar zelf is ze van mening dat de Raad ‘door sabotage toch altijd nog wel wat wist te verzachten en uit te stellen.’ Dit verandert in mei 1943, als de Duitsers besluiten dat de helft van de JR medewerkers een oproep zal ontvangen voor ‘tewerkstelling in het Oosten.’ Ze schrijft dat het dagen vol ‘spanning en geladenheid’ zijn

“7,000 mensen zouden moeten worden opgeroepen voor dinsdag, 25 mei, terwijl de moffen er meteen bij hadden gezegd dat als er niet voldoende zouden komen er ‘verschrikkelijke dingen’ zouden gebeuren [..] Wij vieren, de secretaressen, spraken over niets anders.”
Mirjam Levie
Transport Westerbork

Westerbork – Bergen Belsen – Palestina

Op 20 juni 1943 wordt Mirjam bij een razzia opgepakt, en naar Westerbork gedeporteerd. Ze is niet meer in de gelegenheid om haar rugzak op te halen – deze wordt door de Joodsche Raad nagestuurd. Omdat ze in het bezit is van een visum naar Palestina, krijgt Mirjam een beschermde status en wordt ze lange tijd niet op transport gesteld. Even hoopt ze dat er helemaal geen transporten meer zullen plaatsvinden, maar op 11 januari 1944 wordt ze toch met haar familie op transport naar Bergen-Belsen gesteld. In juni 1944 gaat ze vanuit daar met een uitwisselingstransport naar Palestina, waar ze herenigd wordt met haar verloofde.

Gebeurtenis
Uitruil Joden Bergen-Belsen - Palestina
Op 29 juni 1944 verlieten 222 Joden Kamp Bergen-Belsen om op 10 juli in Haifa te arriveren. Het was een uitwisseling met een groep Duitse Tempeliers uit Palestina en het resultaat van onderhandelingen tussen de Britten en de Duitsers. Palestina was in Engelse handen en leden van de Duitse Tempeliers waren daar gevangen genomen. Er bestond een Palestina-lijst, de Istanboellijst, waar zo'n 1100 Joden op stonden die voor uitwisseling in aanmerking kwamen. De voor de uitwisseling in aanmerking komende Joden van de lijst waren echter onvindbaar of overleden en daarom stelden de Duitsers voor Joden uit Bergen-Belsen voor deze uitwisseling te gebruiken. De Duitsers werden door de Engelsen gehouden aan de verplichting om de vermiste personen van de Istanboellijst op te sporen, want deze 222 Joden vulden slechts tijdelijk de lege plaatsen op.
Meer over Uitruil Joden Bergen-Belsen - Palestina
Laatste dagboekpagina van Mirjam Levie
Laatste dagboekpagina van Mirjam Levie
Laatste dagboekpagina van Mirjam Levie wanneer ze onderweg is naar Palestina.Oorlogsbronnen | NIOD
"Liefste, liefste schat ik kom steeds dichter bij je. Zondag of maandag misschien wel. We beleven een sprookje. Op het oogenblik zitten we op een boot en hebben door de Bosporus gevaren."
Mirjam Levie

Brieven

Hoewel Mirjam in 1943 in haar dagboek schreef dat ze de brieven mondeling aan haar verloofde zou toelichten, besluit ze op weg naar Palestina om het verleden achter haar te laten. In de periode die volgt neemt het opbouwen van haar nieuwe leven alle tijd en energie in beslag. De brieven bleven opgeborgen in de kast. Ruim vijftig jaar later schenkt Mirjam Levie de brieven aan het NIOD.

NHM vertelt - Mirjam Bolle-Levie, 23 augustus 2016

Over de auteur

Laurien Vastenhout

Laurien Vastenhout is onderzoeker en docent bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Zij promoveerde in Engeland en schreef haar proefschrift over "Joodse Raden" in West-Europa. Dit jaar komt haar boek Between Community and Collaboration: "Jewish Councils" in Western Europe under Nazi Occupation uit bij Cambridge University Press (CUP). Tijdens haar onderzoek ging Laurien in Israel meerdere malen op bezoek bij Mirjam Bolle-Levie.

Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media