Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Getuigen Verhalen, Kamp Amersfoort, interview met G.K. Fierstra

Zie ook: website razziabeverwijk.nl over Gert Fierstra; URI=http://razziabeverwijk.nl/persoon/95/gert-fierstra
De heer G.K. (Gert) Fierstra werd in december 1925 geboren in Zegveld. Zijn vader had medicijnen gestudeerd en werd huisarts in Beverwijk, Velsen-Noord. Gert zat aan het begin van de oorlog op school. De rector werd in september 1940 gevangen genomen en ging als gijzelaar naar Buchenwald. Gert deed examen, maar omdat hij geen loyaliteitsverklaring had ondertekend, mocht hij geen medicijnen studeren. Daarom ging hij bij de Hoogovens werken als laborant. Op 16 april 1944 was de razzia van Beverwijk, Gert was thuis op de Wijkerstraatweg in Velsen-Noord. Zijn Ausweis werd verscheurd en samen met de andere gevangenen werd hij verzameld in een bioscoop. Zestig mensen werden vrijgelaten omdat ze werknemers waren van de Hoogovens, de overigen daarna als gijzelaar overgebracht naar Kamp Amersfoort. In totaal waren dit 486 mannen. In Kamp Amersfoort werd men in een barak opgesloten, er volgde een appèl in de barak. In deze barak zaten ook mannen uit Bedum. Na een week werd men toch aan het werk gezet omdat een van de aanslagplegers was gedood. Ze moesten stro vlechten voor U-boten. Geïnterviewde ervoer het als “bevrijdend” om buiten te werken en niet meer opgesloten te zitten. De Hoogovens liet voedsel en handdoeken bezorgen. Men kreeg geen driehoek op, alleen een nummer, Gert had 491. Het was merkbaar dat na de invasie in Normandië de bewakers anders waren, ze waren bang. Gert zag dat de Joden die er waren, aan de schietbaan werkten. De heer Fierstra vertelt veel over het leven en werken in Kamp Amersfoort, over de appèls, Rode Kruispakketten, het goede werk van mevrouw Loes van Overeem en over het beroerde eten. Gert was geïnteresseerd in medische zaken en was daarom regelmatig in de ziekenbarak. Er waren genoeg medicamenten vanuit diverse ziekenhuizen, daar zorgde mevrouw Van Overeem voor. Op 7 juli 1944 werd de hele groep op transport gezet naar Duitsland. Vooraf was het thuisfront verzocht om een koffer met spullen. Gert kon zijn koffer niet dragen naar het station, die was veel te zwaar. Onderweg werd zijn koffer te dragen gegeven aan een medegevangene die zijn eigen koffer had weggegooid. Voor het transport weg ging, was er consternatie. Er waren twee groepen: A t/m R en S t/m Z. De ene groep had een man te weinig en de andere had er een te veel. Gert dacht dat hij misschien als Vierstra was opgeschreven en meldde dat. Hij bleek als Tierstra vermeld te staan. Daarop kreeg hij als straf twee stokslagen, maar omdat hij dat aan Kotälla meldde als onjuist, ging het niet door. In Duitsland werd hij tewerkgesteld in Lippendorf (de Kippe) en in kamp Alpenrose in Peres. Hij vertelt over de Duitse bewaker Heinz, die toch aan hun kant stond en ze zo min mogelijk liet marcheren, pas vlakbij het kamp moesten ze al zingend marcheren. Ze zongen dan o.a. "'t Is plicht dat ied're jongen". Bij de bevrijding door de Amerikanen was hij ziek. Hij had TBC, en is o.a. opgenomen in ziekenhuis in Leipzig. Na de oorlog heeft hij in de DDR de plaatsen weer opgezocht samen met zijn vrouw.
Ontvang onze nieuwsbrief
Tweewekelijks geven we je een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sportVFonds
Contact

Herengracht 380
1016 CJ
Amsterdam

020 52 33 87 0info@oorlogsbronnen.nlPers en media